maandag 9 januari 2012

Nog een Jaar...

Vanaf het moment dat we in Israel kwamen wonen, moet ik elk jaar, samen met Ben, bij het Israelische Ministerie van Binnenlandse Zaken langs om mijn verblijfsvergunning te verlengen. Omdat ik niet Joods ben, mag ik in Israel wonen en werken omdat Ben Israeli is. Dit verandert na 4 jaar, wanneer ik kan kiezen voor de Israelische nationaliteit.

Elk jaar, zo'n twee maanden voor mijn verblijsfvergunning verloopt, verzamelen Ben en ik documenten zoals salarisstroken, bewijs van inschrijving van Jarden en Boaz bij hun school en creche, rekeningen, huurcontract van ons huis, foto's en een "aanbevelingsbrief" van een familielid, waar om wordt gevraagd als bewijs dat ik in Israel woon en werk en ik samenleef met Ben.

De foto's en de brief blijven de leukste onderdelen. Omdat ik altijd degene ben die foto's maakt, is een foto van ons 4-en zeldzaam. Door het jaar heen op familiefeestjes, waar de fotocamera's te voorschijn komen, gaat bij ons altijd als automatisch een alarmbel rinkelen: "We moeten op de foto als gelukkig gezin!" Boaz wordt uit zijn spel geplukt en Jarden vanachter haar bord met eten - zo, dat is ook weer geregeld voor dit jaar.

En dan de brief. Mijn schoonzus was dit jaar zo lief om een brief te schrijven, waarin eigenlijk elk jaar hetzelfde wordt geschreven, maar dan net iets anders: wie ben ik en wat doe ik hier? We zijn er nu in getraind om de juiste balans te vinden tussen de waarheid en de hemel in prijzen...

Met het hele pakket documenten gaan Ben en ik samen naar de afdeling van het ministerie in het centrum van Jeruzalem. Dat is elke keer een wedstrijd. Voor de afspraak waar je je documenten inlevert kun je alleen bij het ministerie terecht op bepaalde dagen en alleen tussen 8 en 9. Kom je daarbuiten, dan heb je pech. Dan wordt je, soms vriendelijk, soms niet, verzocht om een andere keer terug te komen. No mercy.

Als je om kwart voor 8 aan komt lopen, staat er al een rij op de stoep voor de ingang van het ministerie. Zodra de deuren open gaan, loop je eerst door de detectoren en wordt je tas gecontroleerd (niets nieuws in Israel) en dan probeer je zo snel mogelijk de trappen op bij de juiste afdeling te komen om daar je paspoort of verblijfsvergunning in te leveren. Dat gaat gepaard met je niet door iemand anders in te laten halen op weg naar de afdeling en, daar eenmaal aangekomen, ervoor te zorgen dat iemand anders niet even snel voordringt bij het afgeven van je paspoort. Zodra dat is gelukt, heb je het vervelendste deel achter de rug en kun je rustig gaan zitten en wachten tot je wordt geroepen. De paspoorten worden netjes op een stapel bewaard, op volgorde van het moment van inleveren. Zodra de volgende aan de beurt is, wordt het bovenste paspoort van het stapeltje genomen en wordt de naam van de eigenaar van het paspoort geroepen.

Zodra de stapel documenten met ons is doorgenomen, betalen we het bedrag voor het verlengen van mijn verblijfsvergunning en maken we een afspraak voor Het Verhoor, op een dag vlak voor het verlopen van mijn verblijfsvergunning.

Vandaag was het De Dag Van Het Verhoor. De eerste jaren zaten we zenuwachtig te wachten op onze beurt, waarop eerst Ben aan een vragenvuur wordt onderworpen en daarna ik. Zenuwachtig, omdat we niet wisten wat we moesten verwachten en omdat, ook al hadden we niks te verbergen, het toch altijd voelde of er werd gespeurd naar niet overeenkomende feiten of gebeurtenissen uit onze verhalen. En dan wordt het ineens spannend om op te noemen wie je vrienden zijn, waar je je boodschappen doet en wanneer je de laatste keer iets voor je man hebt gekocht. Want jeetje, ik koop nooit iets voor Ben, maar dat komt natuurlijk erg verdacht over! En in welk jaar zijn we ook alweer getrouwd? Dat is helemaal fout om niet te weten! Ben en ik zijn inmiddels gepokt en gemazeld: we nemen van tevoren al deze cruciale gegevens door en spreken af wat we gaan zeggen.
Het begint slecht: we beginnen een uur later en de afdeling gaat gewoon dicht voor de lunch om 12 uur, ook al hebben we een afspraak om half twaalf en staan we al sinds die tijd te wachten. Maar als we dan uiteindelijk aan de beurt zijn, blijkt het het leukste verhoor te worden dat we ooit hebben gehad sinds we in Israel zijn. Ben blijft ook al zo belachelijk lang weg voor zijn deel van het verhoor. En als hij dan uiteindelijk lachend samen met onze verhoorster uit de verhoorkamer kom, weet ik dat dit een makkie zal worden.

Mijn verhoorster vertelt dat het gesprek met Ben zo leuk en interessant was dat ze niet eens de standaardvragen heeft doorgenomen, laat staan dat ze iets heeft opgeschreven. Normaal wordt alles wat je zegt tijdens een verhoor opgeschreven. Ook ik begin anders dan anders, met het emigratieverhaal van Jardens cavia. Een onderzoek door de dierenarts, een stempel van het hoofd van het Ministerie van Ik Weet Niet Meer Wat en een speciale kooi voor het vervoer in het vliegtuig - alles hadden we geregeld. Zodra we landden op het vliegveld van Tel Aviv, was er geen kip die vroeg naar onze papieren of zelfs ook maar een blik wierp op de kooi of haar inhoud. Zij vertelt meteen dat ze eens zonder problemen een hondje in een schoendoos met gaatjes en een strandtas heeft meegenomen in het vliegtuig. Eigenlijk is dit verhoor als het vertellen van mijn verhaal, zoals ik dit aan een vriend zou vertellen. Ook zij vertelt anekdotes uit haar persoonlijke leven en we lachen om elkaars verhalen. Ik heb nog nooit serieus echt gelachen bij een verhoor.

Aan het eind krijg ik mijn gewilde verblijsvergunning als een sticker in mijn paspoort en als een papiertje in mijn Israelische identiteitsbewijs. Als ik de verhoorkamer uitloop, zeg ik dat ik het oprecht een leuk gesprek vond. Ik kan er weer een jaar tegenaan!

zaterdag 5 november 2011

Een Andere Wereld

Vorige week reden we met z'n vieren in de auto naar een andere wereld. Maar 2 uur bij ons huis vandaan, in Meron, in het noorden van Israel, maar het was niet zozeer de plek, maar de mensen die ervoor zorgden dat ik me op een andere planeet voelde.

We reden naar Meron omdat Aharon, het zoontje van Bens zus, drie jaar is geworden. Bens zus leeft als ultra-orthodoxe vrouw met haar zes kinderen en man in Bnej Brak, het ultra-orthodoxe centrum in de Israelische samenleving. Als je als ultra-orthodox jongetje 3 jaar wordt, worden de peijes geknipt, lange stukken haar die vanaf boven de oren, vaak gekruld, langs de zijkant van het voorhoofd hangen. De rest van het haar wordt kort geschoren. Tot die tijd is het haar niet geknipt en heeft Aharon met net zulke lange lokken als zijn zussen rondgelopen. Het knippen van de peijes is een mijlpaal in het leven van een ultra-orthodox jongetje en wordt uitgebreid gevierd. De zus van Benjamin had haar familie en goede vrienden uitgenodigd voor een weekend in Meron en aan het eind van dat weekend zou Aharon's peijes worden geknipt.

Alle aanwezigen waren ultra-orthodox, wat betekende dat Jarden en ik de kledingkast in moesten duiken op zoek naar onze lange, degelijke rokken en hooggesloten shirts met lange mouwen. Daar hebben we niet veel van, dus dat werd een uur voor ons vertrek koortsachtig op zoek naar combinaties die 1. niet te bloot zijn en 2. tegelijkertijd wel leuk staan. Het kostte wat omkleedsessies en frustraties: "Nou, dan ga ik wel zo. Dan zie ik er maar uit alsof ik in mijn pyjama loop", maar het is gelukt. Want hoewel de mannen van Bens zussen inmiddels wel aan onze levens- en kledingsstijl zijn gewend, deze tolerantie konden we moeilijk van de andere bezoekers verwachten. Let wel, dit is een gemeenschap waar de eetzaal met lakens wordt opgedeeld in 2 afscheiden gedeeltes: een voor vrouwen en een voor mannen, zodat er niet naar elkaar gekeken kan worden. Bij het idee alleen al gaat meteen mijn protestalarm af, maar het is altijd minder erg dan ik denk. Gelukkig zijn de familie en vrienden niet zo conservatief dat de mannen mij niet aankijken - om alle mogelijke kansen van het overslaan van een vonk, of het ontstaan van seksuele gevoelens voor iemand anders dan je vrouw of een al getrouwde vrouw te vermijden. Dat maakt het al een stuk makkelijker. Tot mijn verbazing ging een familievriend zelfs helemaal uit zijn dak van de manier waarop ik Ben een "goet sjabbes" wenste - een groet in het Jiddisj tijdens de Sjabbat (zaterdag). Ik snap nooit zo goed wat nu wel en niet kan en ik zie altijd dat ultra-orthodoxe mannen, ondanks alle strenge regels, net als iedere niet religieuze man op straat zijn, alleen met een andere verpakking.

We kwamen donderdagavond aan, helemaal onszelf in spijkerbroek, en we hadden afgesproken dat we ons om zouden toveren in een ultra-orthodoxe familie, zodra de familie en vrienden van de vader van Aharon zouden komen. Bens familie doet absoluut niet moeilijk over hoe we eruit zien of dat we de Sjabbat regels wel of niet respecteren, maar de andere kant van de familie is hier iets minder tolerant in.

Vrijdagochtend vertrokken Ben en ik naar Tsfat, een stadje 10 minuten verderop, dat de bakermat is geweest van de Kabbalah, de Joodse mystieke leer. Het is een klein stadje, met mooie steegjes en honderden trappen, waar bijzondere gevels, deuren en synagoges te vinden zijn. Een veel bezochte plek is de begraafplaats waar veel mensen die belankrijk zijn voor het Jodendom zijn begraven. De begraafplaats is gebouwd tegen de berg waar bovenopTsfat is gevestigd. De graven van de belangrijkste mensen zijn lichtblauw geverfd en kun je verspreid over de begraafplaats zien liggen. Teruglopend in het stadje vinden we een prachtige, kleine synagoge, met veel kleuren, en hetzelfde lichtblauw dat zo kenmerkend is voor Tsfat.

Eenmaal weer terug op de plek van het feest voor Aharon, transformeren we naar ons ultra-orthodoxe zelf en we beginnen met de voorbereidingen. De eetruimte inrichten en kijken hoe er werd gekookt. En er wordt veel gekookt: 2 maaltijden per dag voor een groep van zo'n 70 man. Familie en vrienden nemen zelfgemaakt eten mee: heerlijke cakes en koekjes staan er klaar voor het ontbijt. Het voelt als een soort schoolreis: de eetzaal met zijn plastic tafels en stoelen (die tegen mijn verwachting in toch erg gezellig werd), de huisjes - waar de eigenaar zich voor zou moeten schamen dat hij er geld voor vraagt - en het buiten zijn met iedereen. De kinderen spelen met elkaar rondom de huisjes en in de eetzaal, we zitten uren op de schommelbank met elkaar te praten en we wandelen door Meron. Vrijdagavond, het begin van de Sjabbat, eten we met elkaar en er wordt zoals gebruikelijk veel gezongen. Inmiddels blijken er in de lakens die ter afscheiding dienen met wasknijpers kleine doorkijkraampjes te zijn gemaakt, zodat er ook nog wat te gluren valt naar de mannen. En het is eigenlijk heel gezellig met alleen maar vrouwen aan tafel.

Aan het eind van het weekend rijden we met alles weer in de auto gepakt de berg op naar de begraafplaats van Rabban Shimon Bar Yochai (Rashbi). Rashbi heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de kabbalah en Lag BeOmer is een feestdag in Israel, vooral bekend om zijn kampvuren, waarop zijn sterfdag wordt geeerd. De begraafplaats is een groot gebouw met pleintjes waar je van bovenaf op kunt kijken. Die avond is het feest: honderden mannen van de rabbijn waar het gezin van Bens zus bij hoort, dansen en zingen op een van de pleintjes. Er zijn die avond vier jongetjes van dezelfde groep waar peijes bij worden geknipt. Op een verhoging staat een tafel en mooi beklede stoel, waar straks de rebbe (rabbijn) op zal zitten om de eerste plukjes haar van de jongetjes af te knippen, als symbolisch startsein. Net als in de eetzaal mogen vrouwen en mannen niet gemengd samen zijn. De mannen dansen aan een kant van de afscheiding met de jongetjes, en omdat het aan de andere kant van de afscheiding natuurlijk hartstikke saai is, daar valt niets te vieren, klimmen alle vrouwen de trappen op om van bovenaf op de feestende mannenmenigte neer te kijken. De jonge jongens dansen wild in een kring om de vaders met hun 3-jarige zoontjes op de nek en de oudere, getrouwde mannen wiegen heen en weer in een grotere langzamer ronddraaiende cirkel.

Ik vond het geweldig. Ik geloof dat ik de hele tijd met een grote lach op mijn gezicht heb staan kijken. Gelukkig had ik Ben als spion tussen de mannen en hij heeft een paar leuke filmpjes gemaakt. Het blijft voor mij bijzonder om Ben te zien tussen de mensen met wie hij is opgegroeid en dat hij precies weet wanneer er wat gaat gebeuren en wat de gebruiken zijn. Zodra de rebbe verschijnt veranderen de dansende mannenkringen in een duwende mensenmassa. Iedereen wil dicht bij de rebbe komen en hem het liefst aanraken. Maar de rebbe heeft "bodyguards" die ervoor zorgen dat hij rustig op zijn stoel kan gaan zitten. De jongetjes worden een voor een op de tafel van de rebbe getild en een man pakt de plukken haar welke de peijes moeten worden bij elkaar. De rebbe knipt een stuk van een pluk van het resterende haar af en het jongetje krijgt zijn tsitsit aan, een soort overhemd met aan elk van de vier onderste punten loshangende draadjes. Vanaf die dag is dit een vast onderdeel van hun kleding, samen met een keppeltje. Aharon vindt het allemaal geweldig en is absoluut niet geintimideerd door de feestende mensenmassa. Dit is zijn feest.

Na het knippen door de rebbe rijden we in het donker naar huis. Met de kinderen in slaap op de achterbank praten Ben en ik nog na over het weekend. Het was echt geweldig. Leuk om zo met de familie bij elkaar te zijn en in een voor mij compleet andere wereld te leven voor 2 dagen. Ik had meer moeite met het omschakelen naar mijn eigen wereld, dan toen ik terugkwam na mijn vakantie in NL...

Aharon in Meron - Oktober 2011




zaterdag 10 september 2011

Moesrara

We hebben onze al enige maanden geleden vervlogen zaterdagtraditie weer opgepakt: Jeruzalem ontdekken. Deze keer neemt de gids ons mee naar Moesrara, een stadsdeel ooit gesticht door welgestelde Christelijke Arabieren, toen aan het eind van de 19e eeuw de eerste mensen zich buiten de stadmuren van de oude stad Jeruzalem verstigden. De huizen zijn prachtig, groot, en er zijn veel tuinen en binnenplaatsjes. Tijdens de Israelische Onafhankelijkheidsoorlog in 1948 werden de Arabische inwoners uit hun huizen verjaagd en lag Moesrara op de grens tussen Jordanie en Israel, gelegen op Israelisch grondgebied. Net als de wijken Mishkenot She'ananim en Yemin Moshe - zie eerder blogbericht - werd Moesrara een soort ghosttown, omdat het dagelijkse beschietingen en aanslagen vanuit Jordanie te verduren kreeg. En net als in Mishkenot She'ananim en Yemin Moshe werden in Moesrara de golven van nieuwe immigranten uit Noord Afrika ondergebracht. Een absoluut onwelkome verwelkoming in je nieuwe thuisland. Pas na de 6-Daagse Oorlog in 1967 toen Oost Jeruzalem door Israel werd veroverd, kwam er een einde aan de dagelijkse beschietingen.

Wat niet wilde zeggen dat de levensomstandigheden van de inwoners van Moesrara, Noord Afrikaanse joden, veel verbeterde. Deze groep werd, ten opzichte van de joden uit Europese landen, gediscrimineerd en woonden met veel mensen in te kleine woonruimtes en kreeg nauwelijks werk. In 1971 werd door een groep jonge Noord Afrikaanse joden uit Moesrara de groep De Zwarte Panters (HaPanterim HaSjchorim) opgericht, die in opstand kwam tegen de omstandigheden waarin Noord Afrikaanse joden leefden in Israel en de manier waarop ze behandeld werden. Deze opstand verspreidde zich door heel Israel en kreeg veel steun van de Israelische media en bevolking.

Nissim Mosek, een Israelische documentairemaker, heeft een indringende documentaire over De Zwarte Panters gemaakt ("Have You Heard of the Black Panthers?"), met veel materiaal gefilmd op het moment dat de protestgroep werd opgericht, met de camera's in het gezicht van de oprichters, tussen de opstanden die hard door de politie werden neergeslagen en in de huizen waar hele families in 1 kamer leefden en zich ervoor schaamden om dit op camera vast te laten leggen. Maar ook hoe het de oprichters daarna is vergaan en wat er is bereikt. De documentaire begint bij ons om de hoek, waar Charlie Biton, een van de oprichters van De Zwarte Panters, woont.

Moesrara is De Zwarte Panters. Overal zie je tegeltjes in de muren met een zwarte panterpoot, kunstwerken met krantenartikelen over De Zwarte Panters en een straat met de naam De Zwarte Pantersweg. Ik moet wel eerlijk zeggen dat ik nu niet meer kan zien dat hier ooit mensen ver onder de armoedegrens leefden, de wijk is nu een van de meest geliefde wijken in Jeruzalem en huisvest veel kunstgalerieen en aan kunst gerelateerde scholen.

maandag 4 juli 2011

Metamorfose

Jarden is een kameleon. In het dagelijks leven kleedt ze zich als elk 9-jarig meisje in Nederland en Israel. Een gedeelte van haar familie in Israel is Chassidisch (Joods ultra-orthodox) en de meisjes daar dragen ook wat elk Chassidisch meisje over de wereld draagt. Tussen beide kledingstijlen ligt alleen wel een wereld van verschil. Jarden heeft zich in de afgelopen jaren aangeleerd hoe ze feilloos tussen beide kledingstijlen kan wisselen.

Even een korte inleiding. De basisscholen in Israel zijn in juli en augustus gesloten en dat betekent dat veel ouders hun kinderen naar zomerkamp sturen. Jarden gaat naar een sportzomerkamp bij de universiteit, maar pas vanaf eind juli. Tot die tijd is het je creativiteit gebruiken om je kind een leuke vakantie te geven en zelf ook nog te blijven werken. Jarden was al een dagje met mij mee naar mijn werk (eindelijk zonder commentaar en zelfs met toestemming van moeders de hele dag spelletjes spelen en filmpjes kijken op de computer) en vandaag wilde ze alleen thuis blijven. Was ik nog bang dat ze de hele dag op de bank televisie zou liggen kijken, tegen 9 uur belt ze me op om te zeggen dat haar vriendin al bij haar thuis is afgezet en dat ze samen zullen spelen de hele dag. In de loop van de middag belt ze op om te melden dat ze nu naar het huis van haar vriendin lopen om verder te spelen. Geweldig, negen jaar en zelf al van alles kunnen regelen.

In de middag krijg ik een telefoontje van Roechama, mijn Chassidische schoonzus, om te vragen of Jarden bij hun komt. Morgen gaan ze naar een pretpark en ze willen ook graag dat Jarden meegaat. Roechama woont, zoals het een echte Chassied betaamt, met man en 6 kinderen in Bnej Barak - een compleet Chassidische stad in het centrum van Israel. Hier gaan op vrijdagavond de hekken op straat om verkeer van buitenaf buiten te houden om zo de sjabbatregel 'geen autorijden' te eren. In Bnej Barak loopt iedereen: jongens en meisjes, mannen en vrouwen, met de armen, benen en voeten bedekt en kun je aan de, voor de leek minieme, verschillen zien bij welke rabbijn iemand hoort. Mijn schoonfamilie is helemaal oke met de kleding- en levensstijl van ons gezin en Jarden voelt zich dan ook thuis bij haar tante, oom, neefje en nichtjes in Bnej Barak, ook in haar eigen kleding. Maar zodra ze in Bnej Barak op straat loopt met haar korte broek en t-shirt, voelt ze zich erg bekeken - en dat verbeeldt ze zich niet. Een meisje in een broek en met korte mouwen op slippers, dat is in Bnej Barak net zoiets als een vrouw in een allesbedekkende burka op het strand. Jarden doet daar gelukkig absoluut niet moeilijk over en begrijpt wat haar te doen staat: transformeren. Broekje, t-shirt en slippers uit en jurkje met lange mouwen shirt, lange sokken en schoenen aan. Een absolute metamorfose van buiten, om de blikken van de mensen te voorkomen, maar Jarden blijft lekker Jarden van binnen.

En zo ging ze vandaag dus voor het eerst helemaal alleen met de bus naar Bnej Barak. Bij ons thuis had ze zichzelf al in een Chassidisch meisje omgetoverd en op weg naar de bus voelde ze zich nu juist bekeken omdat ze ineens opviel in onze niet aan geloofsregels onderworpen woonbuurt. Hup, in de bus, tas op schoot, portemonee in de hand, telefoon om de nek en mama, na wat instructies aan de buschauffeur te hebben gegeven, weer op straat. Ze keek niet eens even op toen de bus optrok naar bestemming Bnej Barak. Onderweg hebben we het arme kind natuurlijk veel te vaak gebeld om te vragen of alles goed ging. Of we haar alsjeblieft met rust wilden laten, want we maakten haar gek, was haar boodschap aan ons na 5 telefoontjes. Coordinatie met schoonzus, dat ze op tijd bij de goede halte zou staan, en daar was dan het bevrijdende telefoontje: "ze is bij ons!" Nou, da's weer een mijlpaal in de geschiedenis van 'Jarden wordt groot'. Ze vloog al een paar keer alleen naar Nederland, maar dit was minstens net zo spannend.

Applaus voor onze dochter die dit toch allemaal maar zonder angst doet, elke keer klaar voor een nieuwe stap naar haar onafhankelijkheid!

Foto: Jarden is klaar voor Bnej Barak!

zaterdag 25 juni 2011

Op Stap Met Daan

Heb er lang naar uitgekeken en begin juni was het dan eindelijk zo ver: vriendin Daan kwam naar Israel! Dat betekende een weekend lang op stap door Israel en spontaan afspreken in een Jeruzalems cafe met mijn vriendin uit NL om bij te kletsen. En dat laatste doe ik nou echt nooit in Israel, zeker niet in de stad die ik nog steeds als te zwaar en te religieus beschouw en waar een druk werk- en gezinsleven mij hiervan weerhouden.

Van tevoren een beetje uitgezocht waar ik een vriendin, die Israel goed kent en als studente alle uithoeken van het land al heeft bezocht, mee naartoe kan nemen. Donderdag na mijn werk met Jar en Bo naar het vliegveld, waar we als inmiddels goed ingeburgerde Israeli's te laat aankomen en Daan al braaf op ons staat te wachten. Wat geweldig om dan ineens in een inmiddels vertrouwde aankomsthal je vriendin te zien staan, net alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. En wat heerlijk, iemand die niet hoeft moet wennen aan de droge omgeving en de ineens opdoemende groene bergen van Jeruzalem en al helemaal geen vertaalhulp nodig heeft (maar waar ik lekker aan kan vragen hoe je iets zegt).

Na een herintroductie met alle gezinsleden - Daan heeft Jarden en Boaz al zeker 3 jaar niet meer gezien - en een rondje door de buurt, vertrekken we de volgende dag richting het meer van Tiberias. Een lange tocht voornamelijk door de woestijn langs de grens met Jordanie, die uiteindelijk bij de groene wildernis aan de oevers van de Jordaanrivier eindigt. De roadtrip is geweldig. We hebben uren de tijd om weer eens goed bij te praten en het wel en wee uit ons leven van de afgelopen paar maanden te kunnen bespreken. Bij een checkpoint vlakbij Bet She'an wordt onze auto, voor het eerst sinds ik in Israel woon, uit de rij gepikt. Of we aan de kant willen gaan staan en al onze spullen uit de auto willen halen en door de detector willen schuiven. Ik verklaar aan de aardige controleur dat dit de eerste keer is sinds ik hier woon dat ik wordt aangehouden en dat mijn auto binnenste buiten wordt gekeerd. Nou zien Daan en ik er natuurlijk absoluut on-Israelisch uit en zit er normaal gesproken een op en top-Israelisch uitziende man naast mij in de auto, dus dat zal de reden wel zijn. Ik heb er maar niet te veel naar gevraagd, want al sinds de eerste vlucht naar Israel heeft Ben mij op het hart gedrukt dat je niet in discussie gaat tijdens een check en zeker geen bijdehandte grappen maakt. En daar stonden we dan, tussen de Palestijnse weggebruikers die ook werden gesommeerd aan de kant te gaan staan. De hele auto werd grondig geinspecteerd: motorkap open, herdershond met zijn neus erin. De fles met ruitenvloeistof werd gecontroleerd en onze identitetsbewijzen werden met wattenstaafjes afgenomen op zoek naar sporen van het een of ander. Daan begon al beleefd doch dringend te vragen of het niet wat sneller kon, waarop mijn "NEE, dat mag je niet vragen!"-meter meteen uitsloeg. Gelukkig konden wij na een kwartier al onze spullen weer inpakken, samen met een paar van onze medewachters, en onze reis hervatten. Echt een bizarre ervaring.

Langs het meer van Tiberias reden we verder omhoog richting Gadot, waar we reddingsvesten en peddels uitzochten en in een kano stapten om een stuk de Jordaanrivier af te varen. Wat een goed idee: de groene metershoge begroeiing op de oevers en het koele water waren precies wat we nodig hadden op deze bloedhete dag. Vlak voor het eind van de route kwamen we terecht in een opstopping bij een waterversnelling, waardoor onze boot volliep met water. Dit had gelukkig geen desastreuze gevolgen omdat - waarschijnlijk na jarenlange ervaring met toeristen die ongetwijfeld vaker in dit soort penibele situaties terechtkomen - het water net zo hard weer uit de bodem van de boot liep.

Na de kanotocht heerlijk onze buikjes rond gegeten om daarna onze tocht voort te zetten richting de Golan, op zoek naar een natuurpark aan de Jordaan waar we konden gaan zwemmen. Onze dappere pogingen om via zandweggetjes de plek die zo duidelijk op de kaart stond aangegeven maar in werkelijkheid niet bereikbaar leek te zijn, hebben we maar snel gestaakt, omdat we twee schijtmuizen zijn, die overal moordenaars in de struiken zagen zitten, die het op 2 toeristen voorzien zouden hebben. Niet zo vreemd, omdat de Golanhoogte de laatste tijd niet het veiligste gebied is en er overal bordjes met "watch out: mines!" door het Israelische leger geplaatst waren. Toen we uiteindelijk de goede instructies hadden gekregen en bij het natuurpark aankwamen, was het park net gesloten! In Israel geldt de regel dat je het toch probeert als er 'kan niet' staat en dat was dan ook onze aanpak. Auto aan de kant en lopend het park in, waar we al snel staande werden gehouden door een parkwachter, die ons vriendelijk maar resoluut het park weer uitstuurde en ons naar het lokale zwembad verwees. Met chloor. Dat is nou een vertegenwoordiger van de natuurreservaten in Israel!

We moesten en zouden het water van de Jordaan in om te zwemmen, dus dan maar naar Park HaJarden - Jarden betekent Jordaan in het Hebreeuws - wat een erg geslaagde tweede optie bleek te zijn. We beginnen met een bezoekje aan de archaeologische site Bet Tsaida, de plek waar Jezus brood en vis uitdeelde, met een geweldig uitzicht over het meer van Tiberias. Van Daan leer ik dat de Hebreeuwse naam voor het meer - Kinerret - viool betekent, omdat het meer deze vorm zou hebben. Ik zie het niet.

Daarna gaan we onze welverdiende afkoeling opzoeken in een wild stromende Jordaanrivier. Heerlijk. We lopen onder poorten van huizenhoge bamboe, zien zoetwaterkrabbetjes en overal zijn mooie doorkijkjes tussen het weelderige groen op de Jordaan. We vinden een rustig gedeelte waar we de rivier in kunnen, mits we ons wel vasthouden aan de stenen op de bodem, zodat we niet mee worden gesleurd in de stroomversnelling. Er is ook geen kip meer te bekennen, dus het voelt als een eigen ontdekt paradijs.

Als afsluiting van deze geweldige dag rijden we naar Rosj Pina, een pitoresque dorpje met geweldige restaurants, met bovenaan het lijstje Shokolata, het restaurant waar alle gerechten met chocola zijn bereid. Het restaurant is volgeboekt en eigenlijk laat onze portemonee voor vandaag geen duur diner toe. Daan neemt genoegen met een stokbroodje schnitzel bij het lokale tankstation en ik neem genoegen met niks. Het is inmiddels donker en terwijl Daan op de achterbank probeert wat slaap te pakken, rijden we via de snelle route terug naar huis. Ik doe er 3 uur over, 1 uur minder dan de heenweg.

Zaterdag is het tijd voor de Dode Zee. Weer door de prachtige woestijn langs Bedoeinendorpjes en borden die aangeven dat we ons steeds verder onder zeeniveau begeven. We beginnen bij Qumran, waar in een grot de Dode Zee-rollen zijn gevonden, een grote collectie handgeschreven teksten uit het Oude Testament, die rond het jaar nul door de sekte van de Essenen op leer zijn geschreven. De rollen zijn in stenen kruiken verstopt in een grot bij Qumran en rond 1946 ontdekt door een Boedoeinse herder toen hij op zoek was naar zijn schaap.

Vanaf Qumran leidt een wandelpad de woestijn in en we besluiten een stuk van de route te volgen. Als het regent in de winter komt het water met enorme stromen van de bergen af donderen. Elk jaar overlijdt er wel iemand, omdat hij met het water is meegesleurd terwijl hij het aankomende water stond te filmen of omdat hij tegen de waarschuwingen in toch met zijn auto de ontstane stroom inrijdt, want "het lijkt maar zo ondiep". Nu is het natuurlijk kurkdroog, maar we vinden tijdens onze wandeling nog een paar overgebleven poeltjes tussen de rotsen. De hitte is niet te harden en na een half uur keren we met rode koppen weer terug naar Qumran. Hoog tijd voor wat verkoeling en we vertrekken naar Einot Tsoekim, een natuurpark met zoetwaterbronnen waar natuurlijke zwembaden van zijn gemaakt. We vleien onze handdoekjes neer in de schaduw van de bomen en poedelen wat in het water. Absoluut ontspannen.

Ook al woon ik hier al drie jaar en is de Dode Zee maar een half uurtje rijden van mijn huis vandaan, ik ben er nog nooit in geweest. Daar wilde ik verandering in brengen die dag, maar na het zien van de belachelijke prijs bij een van de betaalde stranden, zijn we lachend weer omgedraaid. No way. Ik rijd de volgende keer nog wel een half uurtje door en dan kan ik gratis de zee in. Dan duurt het nog maar drie jaar. Ik heb geen haast. Altijd leuk in Israel: met je vrouwelijke charmes bereik je tenminste nog wat bij de mannen en we mogen deze dag overal gratis in (behalve het Dode Zee strand dan - niet eens geprobeerd), ook al mag ik op mijn jaarkaart geen gasten meenemen.

Daan heeft al twee dagen zachtjes maar zeker op me ingepraat dat we ook wel wat dieper de bezette gebieden in kunnen rijden, de stillere weggetjes op en van de snelweg af. Ik vind dat eng, want zoals ik al eerder schreef ben ik door de media zo beinvloed dat ik achter elke rost of boom een potentiele kwaaddoener zie. Maar daar gaan we dan. Richting Wadi Qelt. Eerst nog huiverig, maar door de enorme natuurschoonheid die we gepresenteerd krijgen als we dieper de woestijn indrijden, is er geen ontkomen aan: we moeten de auto uit en kijken. Een stroompje door de uitgestrekte droogte; hoge woestijnbergen zover het oog rijkt; gazelles die de weg oversteken en daar is dan ook ineens St. George: een in de woestijnbergen gebouwd Grieks Orthodox klooster met turquoise daken. We klimmen een berg op en worden bijna door de woestijnwind weggeblazen, maar wat is het uitzicht adembenemend. We zien bedoeinendorpjes waar vlakbij de herders hun schapen en geiten in de bergen laten grazen. Het klooster is op haast onmogelijke wijze tegen de rotsen aangebouwd en is erg moeilijk bereikbaar. We rijden helemaal tot het eind van de begaanbare weg, waar we meteen in een toeristenval lopen (ik snap er niks van, want er rijdt bijna geen kip): kleding wordt om onze schouders gedrappeerd en ezels worden ons aangeboden om ons naar het klooster te rijden. Als ik wel ergens een hekel aan heb, dan is het wel aan opdringerige verkopers. Weg van hier. Het mooiste uitzicht hadden we lekker toch al vanaf die verlaten berg.

En dan is het weekend voorbij. Gelukkig blijft Daan nog een week voor een cursus en zo zien we elkaar nog in cafe Tmol Sjilsjom. Daan kent als vroegere student alle leuke cafeetjes in Jeruzalem, terwijl ik dacht dat er niks leuks te beleven viel in de stad die wordt overheerst door orthodoxe Joden (naar mijn idee kan er niks leuks gebeuren op een plek waar mensen wonen die de gedachte aanhangig zijn dat alles wat niet tot over de elleboog en de knie is bedekt, onzedig is). Maar Daan heeft mijn ogen geopend en nu zie ik ineens wel de leuke plekken in de stad. Opeens zie ik overal kleine barretjes, met normale muziek, die me nieuwsgierig maken naar binnen te gaan om te kijken wat er gebeurt in zo'n buurtkroeg.

Tmol Sjilsjom dus, een leuk cafeetje met volle boekenkasten, heerlijke gerechten op de kaart, papieren onderleggers met teksten van Bob Dylan (die laatst nog een zwaar afgekraakt concert gaf in Israel) en een van mijn lievelingsdrankjes: sachlav, ook wel de warme chocolademelk van het Midden-Oosten genoemd. Daan en ik genieten van onze drankjes, van het feit dat we samen in deze voor ons beide bijzondere stad af kunnen spreken om spontaan een drankje te drinken en van de constatering dat we als we samen zijn nog steeds in staat zijn de ober in verwarring te brengen met onze stommen grappen.

We sluiten ons samenzijn af met een bezoekje aan het strand van het door mij geliefde Risjon LeTsion, samen met neef Nathan en kinderen. Roodbruin verbrand rijden we daarna naar de boulevard op de plek waar Yaffo overgaat in Tel Aviv, waar we net doen of we elkaar volgende week weer zien, omdat we geen afscheid willen nemen. Daar gaat ze dan: backpack op haar rug, zich verheugend op een terrasje in Tel Aviv, waar ze in haar eentje een boek kan lezen. Het was geweldig om dit land samen te delen en ik kijk nu alweer uit naar Daans volgende bezoek.

zaterdag 14 mei 2011

Lol in de Dierentuin



Ben: Kom Boaz, we gaan plassen!
Boaz: Oke!
Ben: Kijk maar naar de plaatjes. Naar welk toilet moeten wij?
Boaz: Daar, naar die!
Ben: Ja! Weet je ook waarom?
Boaz: Ehhh... (wijzend naar het bordje voor het vrouwentoilet) Omdat die maar één been heeft.

Nederland in Israel

Vrijdag was Nederland dag. We begonnen in Tel Aviv bij een winkel vol houten speelgoed. Een korte voorgeschiedenis: toen Boaz werd geboren kreeg ik van mijn collega's een houten loopfietsje kado. Sinds vorig jaar zijn Boaz en de fiets onafscheidelijk. We hebben de wagen voor Boaz weggedaan omdat Boaz simpelweg overal op dat fietsje naartoe rijdt. Veel mensen vragen waar we de fiets gekocht hebben, maar in Israel wordt hij niet verkocht. Door het intensieve gebruik is de achterband gescheurd en vonden we via een vriendin Boebima, een winkel in Tel Aviv waar ze wel aan eenzelfde achterband konden komen. In de winkel die van boven tot onder was volgebouwd met houten speelgoed ontdekten we veel Nederlands speelgoed zoals "houten dieren" en "doosjes met houten fruit". Helaas was de achterband in de auto van de eigenaar blijven liggen, die zelf in Haifa was, maar na een telefoontje beloofde de man de band naar ons op te sturen.

Op zich geen verloren ritje, want we hadden nog een halte in Tel Aviv: Beatrice, de Nederlandse winkel in Israel. We hadden al eerder kennis gemaakt met het kraampje van deze winkel op Koninginnedag in Tel Aviv, waar Jarden niet wist wat ze nou moest kiezen: stroopwafels, hagelslag, Calve pindakaas of stroop voor op de pannekoek. Uiteindelijk werden het stroopwafels. Vorige week had ik de pot met Calve pindakaas van schoomoeder laten vallen. Familie en vrienden die NL bezoeken nemen voor haar altijd een paar potten mee, die ze heel zorgvuldig en spaarzaam leegmaakt tot de laatste smeer. De pot die ik liet vallen was de laatste uit haar voorraad... Ik voelde me ontzettend schuldig en scande wanhopig mijn geheugen af: wie komt er binnenkort naar Israel en kan een pot of 2 meenemen? Maar gelukkig was daar mijn schoonvader die zei dat er ook een winkel in Tel Aviv was. Vlakbij de houten speelgoedwinkel en erg herkenbaar door de uitgestoken Nederlandse vlag. Bij het naar binnen stappen viel Jarden weer in dezelfde euforie: speculaasjes, kaas, ontbijtkoek, beschuitjes, dropjes! Natuurlijk kon het niet alleen bij een pot pindakaas blijven, want schoonmoeder houdt ook zo van appelstroop en Jarden wilde graag vlokken voor op de boterham en speculaasjes voor gewoon lekker. Ben kreeg bijna een hartverzakking toen ik op weg naar de auto vertelde wat de schade was. Maar het is het waard! Er is geen koekje in Israel te vinden dat lekkerder is dan een speculaasje en de glimlach van schoonmoeder bij het zien van de pindakaas en appelstroop was ook onbetaalbaar. Klik hier voor de Facebook pagina van Beatrice (website werkt niet).

Op weg naar schoonouders stoppen we bij Bet Yitschak, een dorpje waar een ambachtelijk kaasmakerij is gevestigd, Machlavat Bet Yitschak, waar echte Gouda kaas wordt gemaakt. De kaas wordt in de grote supermarktketens in Israel verkocht en er is bij de kaasmakerij zelf een klein winkeltje. Bij het proeven en kiezen van de kaas komt de eigenaar van de kaasmakerij binnen en hoort ons Nederlands praten. Meteen doet hij zelf ook mee en hij vertelt het verhaal over hoe de kaasmakerij is ontstaan. Zijn vader en oom, Benjamin en Harry Meyer, vertrokken net na de oorlog naar Israel, samen met een paar melkkoeien en begonnen een kaasmakerij waarin Gouda kaas wordt gemaakt naar Nedelrands recept. Hij vertelt dat zijn opa uit Stadskanaal (om de hoek bij mijn geboortestadje) als veehandelaar werkte op de veemarkt in Leiden en daar ook een cafe had. Ook zijn opa en oma kwamen een aantal jaar na zijn twee zoons naar Israel. Hij laat foto's zien en vertelt zijn verhaal in een mengelmoes van Ivriet en Nederlands. Wij rijden zwaaiend weg met in de achterbak een tasje met oude kaas, jonge kaas en komijnekaas. YES! Tot nu toe kochten we altijd Emek kaas, wat beter is dan geen kaas, maar vergeleken met Gouda kaas naar plastic smaakt.

Natuurlijk kon Ben het niet laten om over de vrachtauto's vol melk, die tijdens Pesach hun melk rechtstreeks in het riool kwamen storten, te beginnen (zie Dagjes Uit). De arme man kon geen betere uitleg geven dan dat het Rabbinaat simpelweg geen toestemming geeft om de fabriek te laten werken op zaterdagen en feestdagen (met Pesach was de fabriek 2 dagen gesloten omdat een feestdag op een vrijdag viel) en daarom de tijd verstrijkt die maximaal tussen het melken van de koe en de pasteurisatie van de melk mag zitten - 22 uur. Zodra hij de fabriek wel zou openen op een van die dagen, zou hij zijn "kosher" certificaat verliezen en nagenoeg al zijn afnemers.

Klik hier voor de website van de kaasmakerij.