zaterdag 14 mei 2011

Lol in de Dierentuin



Ben: Kom Boaz, we gaan plassen!
Boaz: Oke!
Ben: Kijk maar naar de plaatjes. Naar welk toilet moeten wij?
Boaz: Daar, naar die!
Ben: Ja! Weet je ook waarom?
Boaz: Ehhh... (wijzend naar het bordje voor het vrouwentoilet) Omdat die maar één been heeft.

Nederland in Israel

Vrijdag was Nederland dag. We begonnen in Tel Aviv bij een winkel vol houten speelgoed. Een korte voorgeschiedenis: toen Boaz werd geboren kreeg ik van mijn collega's een houten loopfietsje kado. Sinds vorig jaar zijn Boaz en de fiets onafscheidelijk. We hebben de wagen voor Boaz weggedaan omdat Boaz simpelweg overal op dat fietsje naartoe rijdt. Veel mensen vragen waar we de fiets gekocht hebben, maar in Israel wordt hij niet verkocht. Door het intensieve gebruik is de achterband gescheurd en vonden we via een vriendin Boebima, een winkel in Tel Aviv waar ze wel aan eenzelfde achterband konden komen. In de winkel die van boven tot onder was volgebouwd met houten speelgoed ontdekten we veel Nederlands speelgoed zoals "houten dieren" en "doosjes met houten fruit". Helaas was de achterband in de auto van de eigenaar blijven liggen, die zelf in Haifa was, maar na een telefoontje beloofde de man de band naar ons op te sturen.

Op zich geen verloren ritje, want we hadden nog een halte in Tel Aviv: Beatrice, de Nederlandse winkel in Israel. We hadden al eerder kennis gemaakt met het kraampje van deze winkel op Koninginnedag in Tel Aviv, waar Jarden niet wist wat ze nou moest kiezen: stroopwafels, hagelslag, Calve pindakaas of stroop voor op de pannekoek. Uiteindelijk werden het stroopwafels. Vorige week had ik de pot met Calve pindakaas van schoomoeder laten vallen. Familie en vrienden die NL bezoeken nemen voor haar altijd een paar potten mee, die ze heel zorgvuldig en spaarzaam leegmaakt tot de laatste smeer. De pot die ik liet vallen was de laatste uit haar voorraad... Ik voelde me ontzettend schuldig en scande wanhopig mijn geheugen af: wie komt er binnenkort naar Israel en kan een pot of 2 meenemen? Maar gelukkig was daar mijn schoonvader die zei dat er ook een winkel in Tel Aviv was. Vlakbij de houten speelgoedwinkel en erg herkenbaar door de uitgestoken Nederlandse vlag. Bij het naar binnen stappen viel Jarden weer in dezelfde euforie: speculaasjes, kaas, ontbijtkoek, beschuitjes, dropjes! Natuurlijk kon het niet alleen bij een pot pindakaas blijven, want schoonmoeder houdt ook zo van appelstroop en Jarden wilde graag vlokken voor op de boterham en speculaasjes voor gewoon lekker. Ben kreeg bijna een hartverzakking toen ik op weg naar de auto vertelde wat de schade was. Maar het is het waard! Er is geen koekje in Israel te vinden dat lekkerder is dan een speculaasje en de glimlach van schoonmoeder bij het zien van de pindakaas en appelstroop was ook onbetaalbaar. Klik hier voor de Facebook pagina van Beatrice (website werkt niet).

Op weg naar schoonouders stoppen we bij Bet Yitschak, een dorpje waar een ambachtelijk kaasmakerij is gevestigd, Machlavat Bet Yitschak, waar echte Gouda kaas wordt gemaakt. De kaas wordt in de grote supermarktketens in Israel verkocht en er is bij de kaasmakerij zelf een klein winkeltje. Bij het proeven en kiezen van de kaas komt de eigenaar van de kaasmakerij binnen en hoort ons Nederlands praten. Meteen doet hij zelf ook mee en hij vertelt het verhaal over hoe de kaasmakerij is ontstaan. Zijn vader en oom, Benjamin en Harry Meyer, vertrokken net na de oorlog naar Israel, samen met een paar melkkoeien en begonnen een kaasmakerij waarin Gouda kaas wordt gemaakt naar Nedelrands recept. Hij vertelt dat zijn opa uit Stadskanaal (om de hoek bij mijn geboortestadje) als veehandelaar werkte op de veemarkt in Leiden en daar ook een cafe had. Ook zijn opa en oma kwamen een aantal jaar na zijn twee zoons naar Israel. Hij laat foto's zien en vertelt zijn verhaal in een mengelmoes van Ivriet en Nederlands. Wij rijden zwaaiend weg met in de achterbak een tasje met oude kaas, jonge kaas en komijnekaas. YES! Tot nu toe kochten we altijd Emek kaas, wat beter is dan geen kaas, maar vergeleken met Gouda kaas naar plastic smaakt.

Natuurlijk kon Ben het niet laten om over de vrachtauto's vol melk, die tijdens Pesach hun melk rechtstreeks in het riool kwamen storten, te beginnen (zie Dagjes Uit). De arme man kon geen betere uitleg geven dan dat het Rabbinaat simpelweg geen toestemming geeft om de fabriek te laten werken op zaterdagen en feestdagen (met Pesach was de fabriek 2 dagen gesloten omdat een feestdag op een vrijdag viel) en daarom de tijd verstrijkt die maximaal tussen het melken van de koe en de pasteurisatie van de melk mag zitten - 22 uur. Zodra hij de fabriek wel zou openen op een van die dagen, zou hij zijn "kosher" certificaat verliezen en nagenoeg al zijn afnemers.

Klik hier voor de website van de kaasmakerij.

vrijdag 22 april 2011

Dagjes Uit

Het is Pesach vakantie en dat betekent dat alle toeristische attracties, hotels en vakantiehuisjes vol zitten. Veel mensen hebben vrij, scholen en creches zijn dicht en thuis zitten is voor de meeste mensen geen optie omdat kinderen en het gebrek aan gevarieerd voedsel dit onmogelijk maken. Veel mensen eten deze week geen produkten met gist, om de uittocht van de Joden uit Egypte te herdenken. De uittocht moest zo snel gebeuren dat er geen tijd meer was om het deeg voor het brood te laten rijzen. Uit solidariteit eet de gelovige Jood trouw een hele week matzes. Ik moet er niet aan denken: de hele dag alleen maar kauwen op die droge, smakeloze matzes, die door het beleg of het verwerken in allerlei gerechten ook nog een slap en zompig worden.

Terug naar de titel van dit stukje: Dagjes Uit. Heel Israel loopt deze week dus uit om een leuke invulling voor de dag te vinden. En omdat we geen zin hebben om met z'n duizenden, zij aan zij, onze vrije dagen door te brengen en daar ook nog eens handen vol geld aan uit te geven, heeft manlief een website gevonden waar allemaal uitjes voor niks op te vinden zijn die op het eerste gezicht niet tot de meest spannende uitstapjes gerekend kunnen worden, maar na twee dagen testen wel als erg geslaagd bestempeld kunnen worden!

Gister reden we naar Risjon LeTsion, waar we eigenlijk alleen komen omdat het onze favoriete strandplaats is en omdat ze daar 2 grote winkels met lekker veel niet-kosjer eten hebben. Maar deze keer sloegen we voor het strand af naar links. Dezelfde weg leidde ook naar het pretpark, waar alle auto's voor en na ons afsloegen. Wij reden ineens heel eenzaam in het duinlandschap door naar onze bestemming: de rioolwater zuiveringsinstallatie. Het klinkt gemeen, dat wij onze kinderen met het uitzicht op de achtbaan verder vervoerden naar een stinkende put, maar het was echt een geslaagde dag.

Bij de ingang stond Dan Chaschan (Dan de Spaarder) ons al op te wachten, de mascotte van een van de grootste banken van Israel, die de gratis uitjes voor deze vakantie sponsort. Boaz en Jarden waren meteen verliefd op de man die in zijn pluche pak de kinderen vermaakt, terwijl hij om de paar seconden zijn opgezette hoofd bij moet stellen om de kinderen te kunnen zien. Tijdens de begeleide rondleiding wordt uitgelegd dat deze installatie de grootste in de wereld is. Omdat het verboden is om rioolwater in de zee te lozen, wordt alles via het riool naar de waterzuiveringsinstallaties vervoerd. Daar wordt eerst het water gefilterd, van groot afval en vet gescheiden en daarna wordt het in grote bassins door bacterien "schoongevreten". Uiteindelijk wordt het water door een laag zand gefilterd waarna het de kwaliteit van drinkwater heeft. Omdat de regering niet toestaat dat het als drinkwater wordt hergebruikt, wordt het gebruikt voor het bewateren van de landbouwgronden in de Negev woestijn. Wij zijn helemaal onder de indruk en ook trots: wat een geweldig systeem!

Bij het eindpunt van de rondleiding zien we dat er zich een grote rij vrachtauto's vormt bij het startpunt van de rioolwater zuiveringsinstallatie. Ik vraag aan een van de chauffeurs of Boaz bij hem in zijn vrachtauto mag zitten, ik geloof niet dat er iets is wat Boaz liever zou willen. Het mag en Jarden klimt er ook bij. We vragen aan de chauffeur waarom ze hier in de rij staan en hij zegt dat ze komen om melk weg te gooien. Waarom? Is het niet goed meer? Nee, zegt de chauffer, omdat er 2 feestdagen achter elkaar zijn, en iedereen verse melk wil drinken, kan de melk niet bewaard worden en moet het weggeggooid worden. Deze ochtend nog vers van de koe en linea recta naar het riool. Dat is nog eens verspilling... Wij proberen nog een praktische instant oplossing te bedenken en opperen dat de melk toch ook ingevroren of tot poedermelk omgevormd kan worden? Maar nee, dat deed de rij vrachtauto's met miljoenen liters melk niet direct omdraaien.

Vandaag stond de botanische tuin in Jeruzalem op het lijstje. Vroeg in de ochtend gingen we op weg. Manlief bleef thuis om te studeren, dus natuurlijk een paar keer - maar niet hopeloos - fout gereden. Gewoon, een paar keer de verkeerde weg ingeslagen. Bij binnenkomst van de tuin komt ons een zee van kleuren tegemoet: alles staat in bloei. We lopen het pad af en Boaz wordt meteen aangetrokken door bruggetjes, stenen om op te klimmen en bloemen om aan te ruiken. Af en toe moet ik hem streng toespreken omdat hij in een onbewaakt ogenblik met een stok in de bloemen slaat of een steen laat vallen in een delicaat vijvertje in de tropische tuin. Het is natuurlijk ook niet te rijmen: de ontdekkingsdrang van een jongetje van 3 en de strenge regels die hij krijgt opgelegd - terwijl hij laatst nog wel stenen in het water mocht gooien en met stokken in het gras mocht slaan. Maar dat was bij de plaatselijke overgebleven waterplas en het uitbundig groeiende onkruid naast de deur. Dit is wel even iets anders.

Jarden maakt foto's en filmpjes voor oma en opa in Nederland, omdat die zo van bloemen houden en om ze toch een beetje mee te laten genieten van de pracht in de tuin. In de tropische kas zie ik voor het eerst hoe een ananas groeit en leer ik dat je vleesetende planten niet aan mag raken omdat ze dan kunnen sterven. Terwijl we langs de meest bijzondere plantsoorten lopen in de kas barst ineens een onweersbui los en als we naar buiten gaan zijn de bloemen bedekt met grote druppels. We lopen naar de uitgang en als ik aan Jarden en Boaz vraag of ze het leuk vonden, roepen ze allebei: JA! Gelukkig, weer een geslaagde vakantiedag. Eens kijken wat er nog meer op het programma staat, we hebben nog een paar dagen voor de boeg.

Foto's Riool Zuivering


Foto's Botanische Tuin


Filmpjes:
Dansen met Dan Chaschan
Stinkrivier
Stinkrivier vervolg
Verspilde Melk
De Botanische Tuin door Jarden
Bloemen voor Oma van Jarden Deel 1
Bloemen voor Oma van Jarden Deel 2
Voor Opa en Oma & Alle Liehebbers van Bloemen - van Jarden

vrijdag 25 maart 2011

Bomaanslag

En toen kwam het ineens wel heel erg dichtbij. Woensdagmiddag op weg met de auto van mijn werk naar huis hoorde ik op de radio dat er een bom was ontploft bij een van de bushaltes vlakbij het busstation in Jeruzalem. Daar staan ook Benjamin en ik weleens te wachten als we de bus terug naar huis nemen. Overal sirenes en constant nieuwsberichten over het hoe en wat. Er wordt al snel bekend gemaakt dat een persoon, een 59 jarige toeriste, is omgekomen en dat er 21 gewonden zijn.

Wij gaan die avond op weg naar een bat mitswa feestje (als een Joods meisje 12 wordt) van familie. Zo gaat het in Israel: tenzij je persoonlijk betrokken bent bij een aanslag, gaat het leven gewoon verder, maar wel met de radio en tv aan om het laatste nieuws te volgen. Het klinkt bijna onmenselijk en niet betrokken, maar het is bijna ook een soort van overlevingsmechanisme en een manier om te laten zien aan de terrorist die dit op zijn geweten heeft, dat je je dagelijkse leven niet laat ontwrichten.

De volgende ochtend in de auto op weg naar mijn werk, hoor ik het telefoongesprek van de eigenaar van een kiosk naast de bushalte waar de bomtas stond (heel toepasselijk: zijn kiosk heet "een knaller van een kiosk") met de politie. De man geeft door dat er in de bushalte een verdachte tas staat die van niemand lijkt te zijn. Op hetzelfde moment hoor je de tas tot ontploffing komen met meteen daarna geschreeuw van mensen. Ik kreeg kippenvel. Ik ken de plek waar de bom ontplofte goed, maar omdat ik niet met eigen ogen heb gezien wat er gebeurde, besef ik het niet helemaal. Maar met het horen van de ontploffing en het plaatje van de locatie in mijn hoofd wordt het ineens erg realistisch.

Op mijn werk aangekomen krijg ik na een half uur een telefoontje van de coordinator van een programma welke is ondergebracht bij mijn afdeling. Ik kom meteen terzake, zegt ze, de persoon die gister is omgekomen bij de bomaanslag is voor 99 procent zeker een studente van ons. Ze noemt haar naam: Mary Gardner, en meteen verschijnt het gezicht van de vrouw in mijn gedachten. Een kleine, iele vrouw, met lang bruin/grijs haar in een paardestaart en wat haargroei in haar gezicht. Een lieve, beleefde en bescheiden vrouw van bijna 60 die samen met 7 medestudenten een programma voor bijbelvertalers volgt. De groep studenten en ook de coordinatoren zijn een half jaar lang als een familie voor elkaar: ze wonen in hetzelfde huis, toevallig in Mevasseret Zion, en volgen elke dag samen lessen. De coordinator zegt dat ze op politiebureau zijn om de identiteit van de vrouw vast te stellen. Er moet meteen actie ondernomen worden en ik bel mijn baas en het hoofd van de school.

Ik ben op dat moment op mijn andere werk, maar kan er onmogelijk blijven, niet met mijn gedachten en niet fysiek. Ik pak mijn spullen en ga naar de school, meteen naar het management, waar het dossier van de studente al op het bureau ligt. Allemaal praktische dingen moeten geregeld worden: welke vakken volgde ze, was ze verzekerd via de universiteit? De leraren en medestudenten in haar Ivriet klas moeten op de hoogte worden gebracht. Een aantal medestudenten beginnen te huilen na het horen van het slechte nieuws.

En langzaam dringt tot me door dat dit natuurlijk ontzettend slechte publiciteit is voor de universiteit: studenten en soms zelfs nog meer hun ouders worden ongerust en willen het liefst weg van de plek des onheils. Zo ook de ouders van een studente die aankwam op de dag van de aanslag: zij is alweer op weg naar huis omdat haar ouders het niet verantwoord vonden dat hun dochter in Israel zou blijven. Jammer, omdat Israel eigenlijk erg veilig is en niet stilligt na een aanslag, maar ook begrijpelijk, omdat het gevaar overal op de loer kan liggen. Ik besef ineens dat al het harde werk om studenten binnen te halen voor onze programma's in een klap teniet kan worden gedaan door deze aanslag. Als het niet veilig is, waarom zou je dan in Israel gaan studeren? Er zijn genoeg andere universiteiten in de wereld met zomerprogramma's.

Aan het eind van mijn werkdag heeft de politie Mary's naam officieel vrijgegeven en kan ook de universiteit haar officiele verklaring presenteren. De zeven overgebleven medestudenten uit Mary's programma komen waarschijnlijk zondag weer naar de universiteit om hun studie te hervatten. Ik zie een beetje op tegen een zware ontmoeting met de groep. Het lijkt me bijna onmogelijk het leven en studie weer gewoon op te pakken als je in zo'n hechte groep woont en studeert.

Een bericht in het Engels naar aanleiding van het overlijden van Mary bij de bomaanslag is te bekijken via deze link.

vrijdag 4 maart 2011

Via Dolorosa

De stadswandeling met gids van een paar weken geleden is zo goed bevallen dat we een nieuwe besteding van onze zaterdag hebben gevonden: de stad Jerusalem ontdekken. Ik woon hier al bijna 3 jaar en ik weet dat Jeruzalem een bijzondere en duizenden jaren oude geschiedenis heeft, maar hoe en wat en waar, dat weet ik niet precies. En wat is er nou leuker dan door de oude stad te lopen met iemand die kan uitleggen wat er op die ene, geschiedenis bepalende plek gebeurde, waar nu het leven van alledag voortkabbelt, waar winkeltjes en kraampjes staan en waar mensen kopen, eten, kijken en lopen.

Afgelopen zaterdag liepen we de Via Dolorosa af. De weg die Jezus aflegde, met een kruis op zijn schouder, vanaf zijn veroordeling tot zijn kruiziging.

Op weg naar de Via Dolorosa lopen we langs het Saint Louis Hospice en het Frans cultureel centrum, net buiten de oude stadsmuur. Voor beide gebouwen lag voor de 6-daagse oorlog de grens tussen Israel en Jordanie en de kogelgaten zitten nog in de voorgevels van de gebouwen. We gaan de oude stad binnen via de Damascus poort, gebouwd bovenop een eerdere ingang gebouwd in de tijd van Hadrianus, Romeinse keizer van 117 tot 138. In de tijd van Hadrianus heette Jeruzalem "Aelia Capitolina" en de Via Dolorosa is het moderne overblijfsel van een van de twee oost-west routes zoals deze door de Romeinen werden aangelegd in de stad.

De route afgelegd door Jezus in de Via Dolorosa is volgens de moderne vertelling opgedeeld in 14 stations, wij lopen met de groep mee tot station nummer 8, omdat Boaz in slaap valt... We beginnen bij de Umariya kleuterschool in het moslimkwartier van de oude stad. Onder de school liggen overblijfselen van het Antonia fort, waarvan lange tijd werd gedacht dat dit de plek is waar Jezus door Pontius Pilatus werd veroordeeld. Na archaeologisch onderzoek bleek dat de eigenlijke locatie aan de andere kant van de stad lag. Toch zijn er naast de Umariya kleuterschool 3 kerken gebouwd: een op de plek waar Jezus door Pontius Pilatus werd veroordeeld, een waar Jezus door Romeinse soldaten werd gegeseld en waar de doornkrans op zijn hoofd werd gezet en een waar een gegeselde Jezus met het kruis aan het publiek werd getoond (Ecce Homo). Er zijn gedeelten van de drie bogen te zien bij de laatste kerk, die dateren van de tijd dat Jezus gekruizigd werd. Het grootste gedeelte van de bogen is opgeslokt door de gebouwen er omheen, maar zijn nog steeds zichtbaar in het interieur.

Staand op de plek waar het allemaal gebeurde, is het verhaal dat de gids vertelt over de veroordeling van Jezus erg bijzonder. Pontius Pilatus wast na het veroordelen van Jezus zijn handen in een kom met water om aan te tonen dat hij geen schuld heeft aan de veroordeling. Dit gebruik, het wassen van de handen na een moord, is eigenlijk een oud joods ritueel: als iemand vermoord was en de dader was niet bekend, dan moesten de oudsten van de dichtstbijgelegen stad boven een geofferde koe hun handen wassen. Op die manier werden zij en hun stad verlost van de bloedschuld die anders op ze zou rusten. Toch wordt de geschiedenis van het spreekwoord 'zijn handen in onschuld wassen' vooral herleid naar het wassen van de handen door Pontius Pilatus na zijn veroordeling van Jezus.

Bij het derde station zou Jezus voor het eerst zijn gevallen, terwijl hij het zware kruis met zich meedraagt. In mijn speurtocht op het internet naar meer informatie over de Via Dolorosa, kom ik er achter dat er in de Bijbel niet staat dat Jezus viel tijdens zijn tocht, maar dat hij niet in staat was het kruis te dragen. In de loop van de tijd zijn er allemaal extra 'episodes' toegevoegd, waarschijnlijk om zo de route die Jezus aflegde interessanter te maken en zodat er van punt naar punt gelopen kan worden. Sommige monniken leggen de tocht zelfs op hun knieeen af, om de route maar zo erg en zo gelijkend mogelijk aan de lijdensweg van Jezus te maken. Ook het vierde station, de plek waar Jezus Maria ontmoet, staat niet beschreven in de Bijbel.

Het vijfde station is erg bijzonder, omdat hier de tocht die Jezus aflegde letterlijk het meest tastbaar is. Een steen in de muur, helemaal uitgehold en verkleurd door de vele aanrakingen, is de plek waar Jezus met zijn hand steunde tijdens zijn tocht. Het is bijna onweerstaanbaar om je hand op die ene steen te leggen, terwijl je eigenlijk weet dat je het vuil van de miljoenen andere handen aanraakt die voor jou de muur hebben aangraakt en Jezus hier misschien zijn hand helemaal nooit heeft geplaatst - er is eerder al een fout gemaakt, nietwaar?

Het volgende station is de plek waar de heilig verklaarde Victoria met een doek het gezicht van Jezus afveegde. Volgens een oude legende zou door de aanraking het gezicht van Jezus als afdruk op de doek zijn verschenen. Op het achtste en voor ons laatste station zou Jezus zijn gestopt om een preek te geven aan een groep vrome dames.

Hierna lopen wij met een snurkende Boaz op onze schouders richting de auto en de groep vervolgt zijn weg naar het uiteindelijke eindpunt: de heilige grafkerk of de kerk van de wederopstanding - de meest bijzondere kerk die ik ooit gezien heb. Vlak na de ingang van de kerk ligt de steen waarop het dode lichaam van Jezus zou zijn gebalsemd. Mensen knielen bij, betasten en kussen de steen. En altijd staat er die lange rij met mensen naar dat kleine stenen gebouwtje in het midden van de kerk: de graftombe, het heilige graf waar Jezus begraven zou zijn geweest. Er zijn kleine ingangetjes in de grote binnenplaats in de kerk die naar kleine kamertjes en grafkamers leiden. In de kerk bevinden zich afdelingen, subkerken, van 6 aparte Christelijke confessies, die door hun eeuwige onderlinge ruzies en onenigheden elk onderhoud van de kerk belemmeren, want ze zijn het nooit met elkaar eens en elke confessie kan zijn veto uitspreken. Soms zie ik filmpjes op het nieuws van priesters die met elkaar op de vuist gaan.

Aan deze kerk wijd ik zeker een apart stukje, maar dan wel na rondleiding met een gids!

zondag 13 februari 2011

De Eerste Wijk Buiten de Oude Stad

Na een paar dagen met regen was het vandaag mooi weer: tijd om onze kelder uit te komen en de wereld in te trekken. De wereld hoeft niet ver weg te zijn, deze keer was het gewoon om de hoek: Jeruzalem. En ik moet eerlijk zeggen, Jeruzalem is als een andere, nieuwe wereld voor mij. Ik weet ongeveer de weg in de stad, maar gewoon wandelen en leren over de rijke historie van de stad, had ik nog niet eerder gedaan.

Zaterdag maakten we een wandeling met een gids in de eerste wijk die buiten de stadsmuren van Jeruzalem werd gebouwd. De gids begon zijn verhaal met de mededeling dat pas rond 1850 de eerste mensen zich buiten de stadsmuren van Jeruzalem konden en durfden te vestigen. De plek waar wij onze wandeling begonnen, was niemandsland tot die tijd. Bijna niet te geloven: zo'n lange historie en dan pas in de tweede helft van de 19e eeuw eindelijk eens uitbreiden. De Ottomaanse Turken, die in die tijd het gebied in handen hadden, lieten rond 1850 de verkoop van stukken grond buiten de oude stad toe.

Moses Montefiore, een rijke Engelse Joodse man, trok zich het lot van zijn Joode medemens binnen de overbevolkte stadsmuren aan en besloot een onderkomen voor Torah studenten en hun families buiten de muren te bouwen: Mishkenot She'ananim. Een lang gebouw met appartementen, genummerd met het Alef-Bet. In het begin durfde bijna niemand in het complex te slapen; men ging aan het eind van de dag weer terug binnen de stadsmuren om daar te slapen. Montefiore liet een molen bouwen zodat de Joodse mensen in hun eigen onderhoud konden voorzien. De gids vertelde dat de molen nooit goed heeft gewerkt omdat het op een ongunstige plek was gebouwd wat de wind betreft. De witte molen is nog steeds een markant punt in Jeruzalem.

We lopen verder en gaan Yemin Moshe binnen, een aangrenzende wijk met de mooiste huizen en prachtigste steegjes in de stad. Het wijkje is opgedeeld in verschillende niveaus en had zo een idillisch dorpje in Italie kunnen zijn. Ik heb meteen al een huis uitgezocht waar ik wil wonen. Wat nu een enorm dure en gewilde (kunstenaars)wijk is, begon met een soort tentenkamp, omdat mensen beweerden dat Montefiore dit land voor hun gereserveerd had. De gids vertelt dat de plek ook wel Gapland werd genoemd: gewoon pakken wat je pakken kunt en roepen dat het van jou is. Het Britse leger moest eraan te pas komen om het "krakerskamp" op te breken. Daarna werden er huizen gebouwd voor de armen, opgedeeld in een Ashkenasisch (Oost-Europese Joden) en Sefardisch (Spaanse en Portugese Joden) deel.

Rond 1920 verlieten veel mensen de wijk omdat het steeds vaker doelwit werd van aanvallen door Arabieren. Na de onafhanlijkheidsoorlog werd de stadsmuur van de oude stad Jeruzalem de grens tussen Jordanie en Israel en werd Yemin Moshe een doelwit voor beschietingen. De huizen in de verlaten wijk werden aan Turks-Joodse immigranten aangeboden; leuke ontvangst in je nieuwe thuisland...

We lopen terug via Kfar David: een complex voor de rijksten der rijksten met uitzicht op de oude stad. De appartementen worden slechts een gedeelte van het jaar bewoond en we zien kroonluchters en prachtige handgesneden houten meubels door een paar ramen. Een pied-a-terre voor wie met de Joodse feestdagen even dichtbij de heilige plekken wil zijn. Onze wandeling eindigt bij Mamilla, een van de mooiste winkelcentra in het land. We nemen afscheid naast een pand waar Hertzl een ontmoeting had met Willem II. Op elke steen van het huis staan nummers en letters. Tijdens het bouwen van het winkelcentrum werd het pand eerst afgebroken en daarna weer opnieuw op de oorspronkelijke plaats opgebouwd. Op elke steen werd aangegeven waar het zou moeten komen te liggen: steen 14, rij 12, links van het raam, enz. Jarden noemt het het wiskunde huis: elke steen lijkt een som.

woensdag 26 januari 2011

Vakantie in NL

Het is alweer bijna twee maanden geleden, dat we met z'n vieren in het vliegtuig stapten op een warme dag in Israel en landden in een besneeuwd landschap - vanuit het vliegtuig zagen we bevroren sloten en besneeuwde akkers en daken - waar papa en mama ons met jassen, sjaals, mutsen en handschoenen op stonden te wachten. Kies maar uit, voor bruikleen voor twee weken. En dat was geen overbodige luxe. Wat was het koud zeg! Ik kreeg spierpijn van het constant met opgetrokken schouders rondlopen, zodat de wind en kou maar niet langs die sjaal, dikke jas en lagen kleding zou gaan. Maar het was vooral mooi en bijzonder om weer eens sneeuw te zien. Voor Boaz was het de eerste keer en op de parkeerplaats bij de McD op weg naar Winschoten stond hij met zijn mond open en tong naar buiten gestoken sneeuwvlokken op te vangen.

We begonnen onze vakantie in Winschoten, waar Sinterklaas ook langs was geweest en een mooi speelkeukentje voor Boaz en Ymke had achtergelaten. Neef en nicht vielen meteen aan op de kookplaat, bordjes, kopjes en pannetjes. Ook met de knikkerbaan werd intensief gespeeld. Ik vind het altijd bijzonder dat bij mijn ouders al het speelgoed tevoorschijn komt waar ik ook mee speelde en dat mijn eigen kinderen er met net zoveel plezier mee spelen. Winschoten is natuurlijk voor mij winkelen - mijn favoriete kledingwinkel, de HEMA, Zeeman en al die andere leuke winkels waar je kleren en speelgoed kunt kopen. In Israel hadden we voor Boaz nog niet echt lange broeken en shirt nodig gehad, maar in NL moesten we echt serieuze laagjes kleding gaan kopen: hempjes, spijker- en corduroybroeken, koltruitjes en natuurlijk een sjaal en muts. Jarden ontdekte meteen de leggings en met een paar leuke jurkjes erop was ze helemaal NL-meisje-van-negen-stijl.

Boaz wilde vooral veel in de sneeuw spelen en liep met rode wangen sneeuw te scheppen en een sneeuwpop te bouwen. Ymke logeerde ook bij opa en oma, zodat ze samen met Boaz kon spelen, want Jarden, Ben en ik gingen een paar dagen naar Amstelveen en omgeving om vrienden en familie daar te zien. Dat is zoals altijd een hele planning: wie willen we zien en wanneer? Er is altijd te weinig tijd en nooit zien we alle mensen die we zouden willen zien. We beginnen bij Wytze: Jardens vriend vanaf de creche. Allebei nu negen en elkaar al anderhalf jaar niet meer gezien: dat is best even wennen. Met een vuilniszak samen van de heuvel glijden breekt het ijs en tegen de tijd dat ze weer wat gewend zijn is helaas het moment gekomen om te vertrekken. Op weg naar Ralf en Marije, Roel en Gijs. De kinderen zijn enorm gegroeid en veranderd maar toch is het net of we elkaar een paar weken geleden nog hebben gezien. Dat is wel absoluut het grootste nadeel van in het buitenland wonen: je mist je vrienden en familie.

Later in de avond vertrekken we naar zus Marleen, Peter en Milo, die een mooie nieuwe keuken hebben en een paar dagen de uitvalsbasis zijn voor ons bezoek aan de randstad. Jarden gaat een paar uur naar haar oude school in Amstelveen en speelt meteen weer met haar vriendinnen alsof ze nooit is weggeweest. Wat opvalt is dat alle koppies hetzelfde zijn gebleven, maar dat iedereen ontzettend is gegroeid. Leuk om allemaal ouders weer te zien en te spreken. Jarden slaapt 's avonds bij Lilly, Ben bij vrienden en ik bij Daan. Lekker weer speklapjes eten en eindelijk weer eens goed bijkletsen. De volgende dag het hele winkelcentrum in Amstelveen doorgelopen en ik vind het geweldig om alle winkels af te struinen, net alsof ik er nog woon. Lekker snert met rookworst en een saucijzenbroodje bij de HEMA en later een stroopwafel. Ik heb hier wel eens een zakje stroopwafels gekocht. Helemaal dolblij en vol verwachting happend in de wafel ontdekte ik dat de smaak niet eens in buurt kwam van de stroopwafel die de man in het kraampje op de markt ter plekke voor mij maakt. De volgende dag was het plan om naar Drenthe te vertekken om met de hele familie van mijn moeder's kant te gaan eten. Hevige sneeuwval en gladheid zorgden ervoor dat we af moesten zeggen, wat nog in een lelijke strijd om annuleringskosten eindigde. De Rheezerbelten in Hardenberg: daar reserveer ik nooit weer! Ons bezoek aan Jim en Marieke valt bijna in het water door dit hele gedoe: nogmaals sorry Jim en Marieke! 's Middags wagen wij toch de tocht terug naar Winschoten, wat best goed verloopt, ook al ligt er een dik pak sneeuw, zelfs op de snelweg. Boaz en Ymke hebben het leuk gehad bij opa en oma en hebben natuurlijk samen pepernoten gebakken en heel veel gespeeld. De Sint brengt kadootjes en Boaz leert al goed hoe hij Sinterklaasliedjes moet zingen. Hij vindt het hele gedoe van kloppen op de deur, kadootjes in je schoen en papernoten gooiende pieten erg interessant. Het is tegelijkertijd ook Chanoeka en de chanoekia, die we op zolder vinden in een van de dozen met onze spullen die we mochten stallen toen we gingen emigreren, wordt uit het stof gehaald en met een paar kaarsjes versierd. Ook weer spannend: dat donker met kaarsjes en liedjes. Kinderen vinden het geweldig!

Dan wordt het tijd voor ons laatste bezoek: zus Evelyn in Frankrijk. Zus wacht al een tijdje op het rondkomen van de koop en verkoop van haar nieuwe en oude huis en veel is ingepakt. Maar toch is het gewoon nog net zo leuk en gezellig als altijd. We gaan naar het paard van Evelyn en Boaz en Jarden mogen ook even rijden. Het is niet te harden, zo koud is het, maar alleen ik lijk dat te voelen. De volgende dag ga ik met Jarden en Boaz naar Disney. Voor Boaz de eerste keer en hij kijkt zijn ogen uit. Weken nadat we weer terug zijn in Israel heeft hij het over het kasteel en de draak, de heks en de poppetjes in Small World. Voor Jar en mij is het bekend terrein, maar het is altijd leuk om naar Disney te gaan, vooral met iemand die er nog niet eerder is geweest. Aan het eind van ons bezoek begint het te sneeuwen. Hard te sneeuwen. Zo hard, dat we op de terugweg over een stuk waar we normaal een half uur doen, ineens 8 uur onderweg zijn. Wat een frustratie. Het maakt niet uit welke sluipweg we proberen te nemen: alles staat vast. Gelukkig bereiken we uiteindelijk Evelyns huis. Het vriest nu ook behoorlijk, we zijn wel met onze neus in de winterboter gevallen. De volgende dag besluiten we vroeg richting NL te rijden, wat een goed besluit is geweest, want al het vrachtverkeer heeft een rijverbod gekregen, de wegen liggen vol met sneeuw en de wegen rond Parijs beginnen snel vol te raken. Dit keer ontsprongen wij gelukkig de dans en we kunnen goed doorrijden als we Parijs voorbij zijn. De andere kant van de weg heeft duidelijk minder geluk: we rijden langs kilometers stilstaande auto's en dubbele rijen gestrande vrachtauto's. Maar het landschap om ons heen is adembenemend: met de opgaande zon en het besneeuwde land is het als een sprookje. Gelukkig konden we er rijdend van genieten.

De laatste dag in NL en dan vertrekken we weer naar het land waar de winter als een herfst in NL is. Zodra we landen is het gewoon warm en alle jassen kunnen in de koffer blijven. Het is altijd weer wennen de eerste week terug, zeker omdat ik ook met mijn nieuwe extra baan naast mijn werk bij de Universiteit begin. We hebben erg genoten in NL en kijken nu al uit naar ons volgende bezoek. Hopelijk hoeven we daar niet nog eens anderhalf jaar voor te wachten...