En toen kwam het ineens wel heel erg dichtbij. Woensdagmiddag op weg met de auto van mijn werk naar huis hoorde ik op de radio dat er een bom was ontploft bij een van de bushaltes vlakbij het busstation in Jeruzalem. Daar staan ook Benjamin en ik weleens te wachten als we de bus terug naar huis nemen. Overal sirenes en constant nieuwsberichten over het hoe en wat. Er wordt al snel bekend gemaakt dat een persoon, een 59 jarige toeriste, is omgekomen en dat er 21 gewonden zijn.
Wij gaan die avond op weg naar een bat mitswa feestje (als een Joods meisje 12 wordt) van familie. Zo gaat het in Israel: tenzij je persoonlijk betrokken bent bij een aanslag, gaat het leven gewoon verder, maar wel met de radio en tv aan om het laatste nieuws te volgen. Het klinkt bijna onmenselijk en niet betrokken, maar het is bijna ook een soort van overlevingsmechanisme en een manier om te laten zien aan de terrorist die dit op zijn geweten heeft, dat je je dagelijkse leven niet laat ontwrichten.
De volgende ochtend in de auto op weg naar mijn werk, hoor ik het telefoongesprek van de eigenaar van een kiosk naast de bushalte waar de bomtas stond (heel toepasselijk: zijn kiosk heet "een knaller van een kiosk") met de politie. De man geeft door dat er in de bushalte een verdachte tas staat die van niemand lijkt te zijn. Op hetzelfde moment hoor je de tas tot ontploffing komen met meteen daarna geschreeuw van mensen. Ik kreeg kippenvel. Ik ken de plek waar de bom ontplofte goed, maar omdat ik niet met eigen ogen heb gezien wat er gebeurde, besef ik het niet helemaal. Maar met het horen van de ontploffing en het plaatje van de locatie in mijn hoofd wordt het ineens erg realistisch.
Op mijn werk aangekomen krijg ik na een half uur een telefoontje van de coordinator van een programma welke is ondergebracht bij mijn afdeling. Ik kom meteen terzake, zegt ze, de persoon die gister is omgekomen bij de bomaanslag is voor 99 procent zeker een studente van ons. Ze noemt haar naam: Mary Gardner, en meteen verschijnt het gezicht van de vrouw in mijn gedachten. Een kleine, iele vrouw, met lang bruin/grijs haar in een paardestaart en wat haargroei in haar gezicht. Een lieve, beleefde en bescheiden vrouw van bijna 60 die samen met 7 medestudenten een programma voor bijbelvertalers volgt. De groep studenten en ook de coordinatoren zijn een half jaar lang als een familie voor elkaar: ze wonen in hetzelfde huis, toevallig in Mevasseret Zion, en volgen elke dag samen lessen. De coordinator zegt dat ze op politiebureau zijn om de identiteit van de vrouw vast te stellen. Er moet meteen actie ondernomen worden en ik bel mijn baas en het hoofd van de school.
Ik ben op dat moment op mijn andere werk, maar kan er onmogelijk blijven, niet met mijn gedachten en niet fysiek. Ik pak mijn spullen en ga naar de school, meteen naar het management, waar het dossier van de studente al op het bureau ligt. Allemaal praktische dingen moeten geregeld worden: welke vakken volgde ze, was ze verzekerd via de universiteit? De leraren en medestudenten in haar Ivriet klas moeten op de hoogte worden gebracht. Een aantal medestudenten beginnen te huilen na het horen van het slechte nieuws.
En langzaam dringt tot me door dat dit natuurlijk ontzettend slechte publiciteit is voor de universiteit: studenten en soms zelfs nog meer hun ouders worden ongerust en willen het liefst weg van de plek des onheils. Zo ook de ouders van een studente die aankwam op de dag van de aanslag: zij is alweer op weg naar huis omdat haar ouders het niet verantwoord vonden dat hun dochter in Israel zou blijven. Jammer, omdat Israel eigenlijk erg veilig is en niet stilligt na een aanslag, maar ook begrijpelijk, omdat het gevaar overal op de loer kan liggen. Ik besef ineens dat al het harde werk om studenten binnen te halen voor onze programma's in een klap teniet kan worden gedaan door deze aanslag. Als het niet veilig is, waarom zou je dan in Israel gaan studeren? Er zijn genoeg andere universiteiten in de wereld met zomerprogramma's.
Aan het eind van mijn werkdag heeft de politie Mary's naam officieel vrijgegeven en kan ook de universiteit haar officiele verklaring presenteren. De zeven overgebleven medestudenten uit Mary's programma komen waarschijnlijk zondag weer naar de universiteit om hun studie te hervatten. Ik zie een beetje op tegen een zware ontmoeting met de groep. Het lijkt me bijna onmogelijk het leven en studie weer gewoon op te pakken als je in zo'n hechte groep woont en studeert.
Een bericht in het Engels naar aanleiding van het overlijden van Mary bij de bomaanslag is te bekijken via deze link.
vrijdag 25 maart 2011
vrijdag 4 maart 2011
Via Dolorosa
De stadswandeling met gids van een paar weken geleden is zo goed bevallen dat we een nieuwe besteding van onze zaterdag hebben gevonden: de stad Jerusalem ontdekken. Ik woon hier al bijna 3 jaar en ik weet dat Jeruzalem een bijzondere en duizenden jaren oude geschiedenis heeft, maar hoe en wat en waar, dat weet ik niet precies. En wat is er nou leuker dan door de oude stad te lopen met iemand die kan uitleggen wat er op die ene, geschiedenis bepalende plek gebeurde, waar nu het leven van alledag voortkabbelt, waar winkeltjes en kraampjes staan en waar mensen kopen, eten, kijken en lopen.
Afgelopen zaterdag liepen we de Via Dolorosa af. De weg die Jezus aflegde, met een kruis op zijn schouder, vanaf zijn veroordeling tot zijn kruiziging.
Op weg naar de Via Dolorosa lopen we langs het Saint Louis Hospice en het Frans cultureel centrum, net buiten de oude stadsmuur. Voor beide gebouwen lag voor de 6-daagse oorlog de grens tussen Israel en Jordanie en de kogelgaten zitten nog in de voorgevels van de gebouwen. We gaan de oude stad binnen via de Damascus poort, gebouwd bovenop een eerdere ingang gebouwd in de tijd van Hadrianus, Romeinse keizer van 117 tot 138. In de tijd van Hadrianus heette Jeruzalem "Aelia Capitolina" en de Via Dolorosa is het moderne overblijfsel van een van de twee oost-west routes zoals deze door de Romeinen werden aangelegd in de stad.
De route afgelegd door Jezus in de Via Dolorosa is volgens de moderne vertelling opgedeeld in 14 stations, wij lopen met de groep mee tot station nummer 8, omdat Boaz in slaap valt... We beginnen bij de Umariya kleuterschool in het moslimkwartier van de oude stad. Onder de school liggen overblijfselen van het Antonia fort, waarvan lange tijd werd gedacht dat dit de plek is waar Jezus door Pontius Pilatus werd veroordeeld. Na archaeologisch onderzoek bleek dat de eigenlijke locatie aan de andere kant van de stad lag. Toch zijn er naast de Umariya kleuterschool 3 kerken gebouwd: een op de plek waar Jezus door Pontius Pilatus werd veroordeeld, een waar Jezus door Romeinse soldaten werd gegeseld en waar de doornkrans op zijn hoofd werd gezet en een waar een gegeselde Jezus met het kruis aan het publiek werd getoond (Ecce Homo). Er zijn gedeelten van de drie bogen te zien bij de laatste kerk, die dateren van de tijd dat Jezus gekruizigd werd. Het grootste gedeelte van de bogen is opgeslokt door de gebouwen er omheen, maar zijn nog steeds zichtbaar in het interieur.
Staand op de plek waar het allemaal gebeurde, is het verhaal dat de gids vertelt over de veroordeling van Jezus erg bijzonder. Pontius Pilatus wast na het veroordelen van Jezus zijn handen in een kom met water om aan te tonen dat hij geen schuld heeft aan de veroordeling. Dit gebruik, het wassen van de handen na een moord, is eigenlijk een oud joods ritueel: als iemand vermoord was en de dader was niet bekend, dan moesten de oudsten van de dichtstbijgelegen stad boven een geofferde koe hun handen wassen. Op die manier werden zij en hun stad verlost van de bloedschuld die anders op ze zou rusten. Toch wordt de geschiedenis van het spreekwoord 'zijn handen in onschuld wassen' vooral herleid naar het wassen van de handen door Pontius Pilatus na zijn veroordeling van Jezus.
Bij het derde station zou Jezus voor het eerst zijn gevallen, terwijl hij het zware kruis met zich meedraagt. In mijn speurtocht op het internet naar meer informatie over de Via Dolorosa, kom ik er achter dat er in de Bijbel niet staat dat Jezus viel tijdens zijn tocht, maar dat hij niet in staat was het kruis te dragen. In de loop van de tijd zijn er allemaal extra 'episodes' toegevoegd, waarschijnlijk om zo de route die Jezus aflegde interessanter te maken en zodat er van punt naar punt gelopen kan worden. Sommige monniken leggen de tocht zelfs op hun knieeen af, om de route maar zo erg en zo gelijkend mogelijk aan de lijdensweg van Jezus te maken. Ook het vierde station, de plek waar Jezus Maria ontmoet, staat niet beschreven in de Bijbel.
Het vijfde station is erg bijzonder, omdat hier de tocht die Jezus aflegde letterlijk het meest tastbaar is. Een steen in de muur, helemaal uitgehold en verkleurd door de vele aanrakingen, is de plek waar Jezus met zijn hand steunde tijdens zijn tocht. Het is bijna onweerstaanbaar om je hand op die ene steen te leggen, terwijl je eigenlijk weet dat je het vuil van de miljoenen andere handen aanraakt die voor jou de muur hebben aangraakt en Jezus hier misschien zijn hand helemaal nooit heeft geplaatst - er is eerder al een fout gemaakt, nietwaar?
Het volgende station is de plek waar de heilig verklaarde Victoria met een doek het gezicht van Jezus afveegde. Volgens een oude legende zou door de aanraking het gezicht van Jezus als afdruk op de doek zijn verschenen. Op het achtste en voor ons laatste station zou Jezus zijn gestopt om een preek te geven aan een groep vrome dames.
Hierna lopen wij met een snurkende Boaz op onze schouders richting de auto en de groep vervolgt zijn weg naar het uiteindelijke eindpunt: de heilige grafkerk of de kerk van de wederopstanding - de meest bijzondere kerk die ik ooit gezien heb. Vlak na de ingang van de kerk ligt de steen waarop het dode lichaam van Jezus zou zijn gebalsemd. Mensen knielen bij, betasten en kussen de steen. En altijd staat er die lange rij met mensen naar dat kleine stenen gebouwtje in het midden van de kerk: de graftombe, het heilige graf waar Jezus begraven zou zijn geweest. Er zijn kleine ingangetjes in de grote binnenplaats in de kerk die naar kleine kamertjes en grafkamers leiden. In de kerk bevinden zich afdelingen, subkerken, van 6 aparte Christelijke confessies, die door hun eeuwige onderlinge ruzies en onenigheden elk onderhoud van de kerk belemmeren, want ze zijn het nooit met elkaar eens en elke confessie kan zijn veto uitspreken. Soms zie ik filmpjes op het nieuws van priesters die met elkaar op de vuist gaan.
Aan deze kerk wijd ik zeker een apart stukje, maar dan wel na rondleiding met een gids!
Afgelopen zaterdag liepen we de Via Dolorosa af. De weg die Jezus aflegde, met een kruis op zijn schouder, vanaf zijn veroordeling tot zijn kruiziging.
Op weg naar de Via Dolorosa lopen we langs het Saint Louis Hospice en het Frans cultureel centrum, net buiten de oude stadsmuur. Voor beide gebouwen lag voor de 6-daagse oorlog de grens tussen Israel en Jordanie en de kogelgaten zitten nog in de voorgevels van de gebouwen. We gaan de oude stad binnen via de Damascus poort, gebouwd bovenop een eerdere ingang gebouwd in de tijd van Hadrianus, Romeinse keizer van 117 tot 138. In de tijd van Hadrianus heette Jeruzalem "Aelia Capitolina" en de Via Dolorosa is het moderne overblijfsel van een van de twee oost-west routes zoals deze door de Romeinen werden aangelegd in de stad.
De route afgelegd door Jezus in de Via Dolorosa is volgens de moderne vertelling opgedeeld in 14 stations, wij lopen met de groep mee tot station nummer 8, omdat Boaz in slaap valt... We beginnen bij de Umariya kleuterschool in het moslimkwartier van de oude stad. Onder de school liggen overblijfselen van het Antonia fort, waarvan lange tijd werd gedacht dat dit de plek is waar Jezus door Pontius Pilatus werd veroordeeld. Na archaeologisch onderzoek bleek dat de eigenlijke locatie aan de andere kant van de stad lag. Toch zijn er naast de Umariya kleuterschool 3 kerken gebouwd: een op de plek waar Jezus door Pontius Pilatus werd veroordeeld, een waar Jezus door Romeinse soldaten werd gegeseld en waar de doornkrans op zijn hoofd werd gezet en een waar een gegeselde Jezus met het kruis aan het publiek werd getoond (Ecce Homo). Er zijn gedeelten van de drie bogen te zien bij de laatste kerk, die dateren van de tijd dat Jezus gekruizigd werd. Het grootste gedeelte van de bogen is opgeslokt door de gebouwen er omheen, maar zijn nog steeds zichtbaar in het interieur.
Staand op de plek waar het allemaal gebeurde, is het verhaal dat de gids vertelt over de veroordeling van Jezus erg bijzonder. Pontius Pilatus wast na het veroordelen van Jezus zijn handen in een kom met water om aan te tonen dat hij geen schuld heeft aan de veroordeling. Dit gebruik, het wassen van de handen na een moord, is eigenlijk een oud joods ritueel: als iemand vermoord was en de dader was niet bekend, dan moesten de oudsten van de dichtstbijgelegen stad boven een geofferde koe hun handen wassen. Op die manier werden zij en hun stad verlost van de bloedschuld die anders op ze zou rusten. Toch wordt de geschiedenis van het spreekwoord 'zijn handen in onschuld wassen' vooral herleid naar het wassen van de handen door Pontius Pilatus na zijn veroordeling van Jezus.
Bij het derde station zou Jezus voor het eerst zijn gevallen, terwijl hij het zware kruis met zich meedraagt. In mijn speurtocht op het internet naar meer informatie over de Via Dolorosa, kom ik er achter dat er in de Bijbel niet staat dat Jezus viel tijdens zijn tocht, maar dat hij niet in staat was het kruis te dragen. In de loop van de tijd zijn er allemaal extra 'episodes' toegevoegd, waarschijnlijk om zo de route die Jezus aflegde interessanter te maken en zodat er van punt naar punt gelopen kan worden. Sommige monniken leggen de tocht zelfs op hun knieeen af, om de route maar zo erg en zo gelijkend mogelijk aan de lijdensweg van Jezus te maken. Ook het vierde station, de plek waar Jezus Maria ontmoet, staat niet beschreven in de Bijbel.
Het vijfde station is erg bijzonder, omdat hier de tocht die Jezus aflegde letterlijk het meest tastbaar is. Een steen in de muur, helemaal uitgehold en verkleurd door de vele aanrakingen, is de plek waar Jezus met zijn hand steunde tijdens zijn tocht. Het is bijna onweerstaanbaar om je hand op die ene steen te leggen, terwijl je eigenlijk weet dat je het vuil van de miljoenen andere handen aanraakt die voor jou de muur hebben aangraakt en Jezus hier misschien zijn hand helemaal nooit heeft geplaatst - er is eerder al een fout gemaakt, nietwaar?
Het volgende station is de plek waar de heilig verklaarde Victoria met een doek het gezicht van Jezus afveegde. Volgens een oude legende zou door de aanraking het gezicht van Jezus als afdruk op de doek zijn verschenen. Op het achtste en voor ons laatste station zou Jezus zijn gestopt om een preek te geven aan een groep vrome dames.
Hierna lopen wij met een snurkende Boaz op onze schouders richting de auto en de groep vervolgt zijn weg naar het uiteindelijke eindpunt: de heilige grafkerk of de kerk van de wederopstanding - de meest bijzondere kerk die ik ooit gezien heb. Vlak na de ingang van de kerk ligt de steen waarop het dode lichaam van Jezus zou zijn gebalsemd. Mensen knielen bij, betasten en kussen de steen. En altijd staat er die lange rij met mensen naar dat kleine stenen gebouwtje in het midden van de kerk: de graftombe, het heilige graf waar Jezus begraven zou zijn geweest. Er zijn kleine ingangetjes in de grote binnenplaats in de kerk die naar kleine kamertjes en grafkamers leiden. In de kerk bevinden zich afdelingen, subkerken, van 6 aparte Christelijke confessies, die door hun eeuwige onderlinge ruzies en onenigheden elk onderhoud van de kerk belemmeren, want ze zijn het nooit met elkaar eens en elke confessie kan zijn veto uitspreken. Soms zie ik filmpjes op het nieuws van priesters die met elkaar op de vuist gaan.
Aan deze kerk wijd ik zeker een apart stukje, maar dan wel na rondleiding met een gids!
zondag 13 februari 2011
De Eerste Wijk Buiten de Oude Stad
Na een paar dagen met regen was het vandaag mooi weer: tijd om onze kelder uit te komen en de wereld in te trekken. De wereld hoeft niet ver weg te zijn, deze keer was het gewoon om de hoek: Jeruzalem. En ik moet eerlijk zeggen, Jeruzalem is als een andere, nieuwe wereld voor mij. Ik weet ongeveer de weg in de stad, maar gewoon wandelen en leren over de rijke historie van de stad, had ik nog niet eerder gedaan.
Zaterdag maakten we een wandeling met een gids in de eerste wijk die buiten de stadsmuren van Jeruzalem werd gebouwd. De gids begon zijn verhaal met de mededeling dat pas rond 1850 de eerste mensen zich buiten de stadsmuren van Jeruzalem konden en durfden te vestigen. De plek waar wij onze wandeling begonnen, was niemandsland tot die tijd. Bijna niet te geloven: zo'n lange historie en dan pas in de tweede helft van de 19e eeuw eindelijk eens uitbreiden. De Ottomaanse Turken, die in die tijd het gebied in handen hadden, lieten rond 1850 de verkoop van stukken grond buiten de oude stad toe.
Moses Montefiore, een rijke Engelse Joodse man, trok zich het lot van zijn Joode medemens binnen de overbevolkte stadsmuren aan en besloot een onderkomen voor Torah studenten en hun families buiten de muren te bouwen: Mishkenot She'ananim. Een lang gebouw met appartementen, genummerd met het Alef-Bet. In het begin durfde bijna niemand in het complex te slapen; men ging aan het eind van de dag weer terug binnen de stadsmuren om daar te slapen. Montefiore liet een molen bouwen zodat de Joodse mensen in hun eigen onderhoud konden voorzien. De gids vertelde dat de molen nooit goed heeft gewerkt omdat het op een ongunstige plek was gebouwd wat de wind betreft. De witte molen is nog steeds een markant punt in Jeruzalem.
We lopen verder en gaan Yemin Moshe binnen, een aangrenzende wijk met de mooiste huizen en prachtigste steegjes in de stad. Het wijkje is opgedeeld in verschillende niveaus en had zo een idillisch dorpje in Italie kunnen zijn. Ik heb meteen al een huis uitgezocht waar ik wil wonen. Wat nu een enorm dure en gewilde (kunstenaars)wijk is, begon met een soort tentenkamp, omdat mensen beweerden dat Montefiore dit land voor hun gereserveerd had. De gids vertelt dat de plek ook wel Gapland werd genoemd: gewoon pakken wat je pakken kunt en roepen dat het van jou is. Het Britse leger moest eraan te pas komen om het "krakerskamp" op te breken. Daarna werden er huizen gebouwd voor de armen, opgedeeld in een Ashkenasisch (Oost-Europese Joden) en Sefardisch (Spaanse en Portugese Joden) deel.
Rond 1920 verlieten veel mensen de wijk omdat het steeds vaker doelwit werd van aanvallen door Arabieren. Na de onafhanlijkheidsoorlog werd de stadsmuur van de oude stad Jeruzalem de grens tussen Jordanie en Israel en werd Yemin Moshe een doelwit voor beschietingen. De huizen in de verlaten wijk werden aan Turks-Joodse immigranten aangeboden; leuke ontvangst in je nieuwe thuisland...
We lopen terug via Kfar David: een complex voor de rijksten der rijksten met uitzicht op de oude stad. De appartementen worden slechts een gedeelte van het jaar bewoond en we zien kroonluchters en prachtige handgesneden houten meubels door een paar ramen. Een pied-a-terre voor wie met de Joodse feestdagen even dichtbij de heilige plekken wil zijn. Onze wandeling eindigt bij Mamilla, een van de mooiste winkelcentra in het land. We nemen afscheid naast een pand waar Hertzl een ontmoeting had met Willem II. Op elke steen van het huis staan nummers en letters. Tijdens het bouwen van het winkelcentrum werd het pand eerst afgebroken en daarna weer opnieuw op de oorspronkelijke plaats opgebouwd. Op elke steen werd aangegeven waar het zou moeten komen te liggen: steen 14, rij 12, links van het raam, enz. Jarden noemt het het wiskunde huis: elke steen lijkt een som.
Zaterdag maakten we een wandeling met een gids in de eerste wijk die buiten de stadsmuren van Jeruzalem werd gebouwd. De gids begon zijn verhaal met de mededeling dat pas rond 1850 de eerste mensen zich buiten de stadsmuren van Jeruzalem konden en durfden te vestigen. De plek waar wij onze wandeling begonnen, was niemandsland tot die tijd. Bijna niet te geloven: zo'n lange historie en dan pas in de tweede helft van de 19e eeuw eindelijk eens uitbreiden. De Ottomaanse Turken, die in die tijd het gebied in handen hadden, lieten rond 1850 de verkoop van stukken grond buiten de oude stad toe.
Moses Montefiore, een rijke Engelse Joodse man, trok zich het lot van zijn Joode medemens binnen de overbevolkte stadsmuren aan en besloot een onderkomen voor Torah studenten en hun families buiten de muren te bouwen: Mishkenot She'ananim. Een lang gebouw met appartementen, genummerd met het Alef-Bet. In het begin durfde bijna niemand in het complex te slapen; men ging aan het eind van de dag weer terug binnen de stadsmuren om daar te slapen. Montefiore liet een molen bouwen zodat de Joodse mensen in hun eigen onderhoud konden voorzien. De gids vertelde dat de molen nooit goed heeft gewerkt omdat het op een ongunstige plek was gebouwd wat de wind betreft. De witte molen is nog steeds een markant punt in Jeruzalem.
We lopen verder en gaan Yemin Moshe binnen, een aangrenzende wijk met de mooiste huizen en prachtigste steegjes in de stad. Het wijkje is opgedeeld in verschillende niveaus en had zo een idillisch dorpje in Italie kunnen zijn. Ik heb meteen al een huis uitgezocht waar ik wil wonen. Wat nu een enorm dure en gewilde (kunstenaars)wijk is, begon met een soort tentenkamp, omdat mensen beweerden dat Montefiore dit land voor hun gereserveerd had. De gids vertelt dat de plek ook wel Gapland werd genoemd: gewoon pakken wat je pakken kunt en roepen dat het van jou is. Het Britse leger moest eraan te pas komen om het "krakerskamp" op te breken. Daarna werden er huizen gebouwd voor de armen, opgedeeld in een Ashkenasisch (Oost-Europese Joden) en Sefardisch (Spaanse en Portugese Joden) deel.
Rond 1920 verlieten veel mensen de wijk omdat het steeds vaker doelwit werd van aanvallen door Arabieren. Na de onafhanlijkheidsoorlog werd de stadsmuur van de oude stad Jeruzalem de grens tussen Jordanie en Israel en werd Yemin Moshe een doelwit voor beschietingen. De huizen in de verlaten wijk werden aan Turks-Joodse immigranten aangeboden; leuke ontvangst in je nieuwe thuisland...
We lopen terug via Kfar David: een complex voor de rijksten der rijksten met uitzicht op de oude stad. De appartementen worden slechts een gedeelte van het jaar bewoond en we zien kroonluchters en prachtige handgesneden houten meubels door een paar ramen. Een pied-a-terre voor wie met de Joodse feestdagen even dichtbij de heilige plekken wil zijn. Onze wandeling eindigt bij Mamilla, een van de mooiste winkelcentra in het land. We nemen afscheid naast een pand waar Hertzl een ontmoeting had met Willem II. Op elke steen van het huis staan nummers en letters. Tijdens het bouwen van het winkelcentrum werd het pand eerst afgebroken en daarna weer opnieuw op de oorspronkelijke plaats opgebouwd. Op elke steen werd aangegeven waar het zou moeten komen te liggen: steen 14, rij 12, links van het raam, enz. Jarden noemt het het wiskunde huis: elke steen lijkt een som.
woensdag 26 januari 2011
Vakantie in NL
Het is alweer bijna twee maanden geleden, dat we met z'n vieren in het vliegtuig stapten op een warme dag in Israel en landden in een besneeuwd landschap - vanuit het vliegtuig zagen we bevroren sloten en besneeuwde akkers en daken - waar papa en mama ons met jassen, sjaals, mutsen en handschoenen op stonden te wachten. Kies maar uit, voor bruikleen voor twee weken. En dat was geen overbodige luxe. Wat was het koud zeg! Ik kreeg spierpijn van het constant met opgetrokken schouders rondlopen, zodat de wind en kou maar niet langs die sjaal, dikke jas en lagen kleding zou gaan. Maar het was vooral mooi en bijzonder om weer eens sneeuw te zien. Voor Boaz was het de eerste keer en op de parkeerplaats bij de McD op weg naar Winschoten stond hij met zijn mond open en tong naar buiten gestoken sneeuwvlokken op te vangen.
We begonnen onze vakantie in Winschoten, waar Sinterklaas ook langs was geweest en een mooi speelkeukentje voor Boaz en Ymke had achtergelaten. Neef en nicht vielen meteen aan op de kookplaat, bordjes, kopjes en pannetjes. Ook met de knikkerbaan werd intensief gespeeld. Ik vind het altijd bijzonder dat bij mijn ouders al het speelgoed tevoorschijn komt waar ik ook mee speelde en dat mijn eigen kinderen er met net zoveel plezier mee spelen. Winschoten is natuurlijk voor mij winkelen - mijn favoriete kledingwinkel, de HEMA, Zeeman en al die andere leuke winkels waar je kleren en speelgoed kunt kopen. In Israel hadden we voor Boaz nog niet echt lange broeken en shirt nodig gehad, maar in NL moesten we echt serieuze laagjes kleding gaan kopen: hempjes, spijker- en corduroybroeken, koltruitjes en natuurlijk een sjaal en muts. Jarden ontdekte meteen de leggings en met een paar leuke jurkjes erop was ze helemaal NL-meisje-van-negen-stijl.
Boaz wilde vooral veel in de sneeuw spelen en liep met rode wangen sneeuw te scheppen en een sneeuwpop te bouwen. Ymke logeerde ook bij opa en oma, zodat ze samen met Boaz kon spelen, want Jarden, Ben en ik gingen een paar dagen naar Amstelveen en omgeving om vrienden en familie daar te zien. Dat is zoals altijd een hele planning: wie willen we zien en wanneer? Er is altijd te weinig tijd en nooit zien we alle mensen die we zouden willen zien. We beginnen bij Wytze: Jardens vriend vanaf de creche. Allebei nu negen en elkaar al anderhalf jaar niet meer gezien: dat is best even wennen. Met een vuilniszak samen van de heuvel glijden breekt het ijs en tegen de tijd dat ze weer wat gewend zijn is helaas het moment gekomen om te vertrekken. Op weg naar Ralf en Marije, Roel en Gijs. De kinderen zijn enorm gegroeid en veranderd maar toch is het net of we elkaar een paar weken geleden nog hebben gezien. Dat is wel absoluut het grootste nadeel van in het buitenland wonen: je mist je vrienden en familie.
Later in de avond vertrekken we naar zus Marleen, Peter en Milo, die een mooie nieuwe keuken hebben en een paar dagen de uitvalsbasis zijn voor ons bezoek aan de randstad. Jarden gaat een paar uur naar haar oude school in Amstelveen en speelt meteen weer met haar vriendinnen alsof ze nooit is weggeweest. Wat opvalt is dat alle koppies hetzelfde zijn gebleven, maar dat iedereen ontzettend is gegroeid. Leuk om allemaal ouders weer te zien en te spreken. Jarden slaapt 's avonds bij Lilly, Ben bij vrienden en ik bij Daan. Lekker weer speklapjes eten en eindelijk weer eens goed bijkletsen. De volgende dag het hele winkelcentrum in Amstelveen doorgelopen en ik vind het geweldig om alle winkels af te struinen, net alsof ik er nog woon. Lekker snert met rookworst en een saucijzenbroodje bij de HEMA en later een stroopwafel. Ik heb hier wel eens een zakje stroopwafels gekocht. Helemaal dolblij en vol verwachting happend in de wafel ontdekte ik dat de smaak niet eens in buurt kwam van de stroopwafel die de man in het kraampje op de markt ter plekke voor mij maakt. De volgende dag was het plan om naar Drenthe te vertekken om met de hele familie van mijn moeder's kant te gaan eten. Hevige sneeuwval en gladheid zorgden ervoor dat we af moesten zeggen, wat nog in een lelijke strijd om annuleringskosten eindigde. De Rheezerbelten in Hardenberg: daar reserveer ik nooit weer! Ons bezoek aan Jim en Marieke valt bijna in het water door dit hele gedoe: nogmaals sorry Jim en Marieke! 's Middags wagen wij toch de tocht terug naar Winschoten, wat best goed verloopt, ook al ligt er een dik pak sneeuw, zelfs op de snelweg. Boaz en Ymke hebben het leuk gehad bij opa en oma en hebben natuurlijk samen pepernoten gebakken en heel veel gespeeld. De Sint brengt kadootjes en Boaz leert al goed hoe hij Sinterklaasliedjes moet zingen. Hij vindt het hele gedoe van kloppen op de deur, kadootjes in je schoen en papernoten gooiende pieten erg interessant. Het is tegelijkertijd ook Chanoeka en de chanoekia, die we op zolder vinden in een van de dozen met onze spullen die we mochten stallen toen we gingen emigreren, wordt uit het stof gehaald en met een paar kaarsjes versierd. Ook weer spannend: dat donker met kaarsjes en liedjes. Kinderen vinden het geweldig!
Dan wordt het tijd voor ons laatste bezoek: zus Evelyn in Frankrijk. Zus wacht al een tijdje op het rondkomen van de koop en verkoop van haar nieuwe en oude huis en veel is ingepakt. Maar toch is het gewoon nog net zo leuk en gezellig als altijd. We gaan naar het paard van Evelyn en Boaz en Jarden mogen ook even rijden. Het is niet te harden, zo koud is het, maar alleen ik lijk dat te voelen. De volgende dag ga ik met Jarden en Boaz naar Disney. Voor Boaz de eerste keer en hij kijkt zijn ogen uit. Weken nadat we weer terug zijn in Israel heeft hij het over het kasteel en de draak, de heks en de poppetjes in Small World. Voor Jar en mij is het bekend terrein, maar het is altijd leuk om naar Disney te gaan, vooral met iemand die er nog niet eerder is geweest. Aan het eind van ons bezoek begint het te sneeuwen. Hard te sneeuwen. Zo hard, dat we op de terugweg over een stuk waar we normaal een half uur doen, ineens 8 uur onderweg zijn. Wat een frustratie. Het maakt niet uit welke sluipweg we proberen te nemen: alles staat vast. Gelukkig bereiken we uiteindelijk Evelyns huis. Het vriest nu ook behoorlijk, we zijn wel met onze neus in de winterboter gevallen. De volgende dag besluiten we vroeg richting NL te rijden, wat een goed besluit is geweest, want al het vrachtverkeer heeft een rijverbod gekregen, de wegen liggen vol met sneeuw en de wegen rond Parijs beginnen snel vol te raken. Dit keer ontsprongen wij gelukkig de dans en we kunnen goed doorrijden als we Parijs voorbij zijn. De andere kant van de weg heeft duidelijk minder geluk: we rijden langs kilometers stilstaande auto's en dubbele rijen gestrande vrachtauto's. Maar het landschap om ons heen is adembenemend: met de opgaande zon en het besneeuwde land is het als een sprookje. Gelukkig konden we er rijdend van genieten.
De laatste dag in NL en dan vertrekken we weer naar het land waar de winter als een herfst in NL is. Zodra we landen is het gewoon warm en alle jassen kunnen in de koffer blijven. Het is altijd weer wennen de eerste week terug, zeker omdat ik ook met mijn nieuwe extra baan naast mijn werk bij de Universiteit begin. We hebben erg genoten in NL en kijken nu al uit naar ons volgende bezoek. Hopelijk hoeven we daar niet nog eens anderhalf jaar voor te wachten...
We begonnen onze vakantie in Winschoten, waar Sinterklaas ook langs was geweest en een mooi speelkeukentje voor Boaz en Ymke had achtergelaten. Neef en nicht vielen meteen aan op de kookplaat, bordjes, kopjes en pannetjes. Ook met de knikkerbaan werd intensief gespeeld. Ik vind het altijd bijzonder dat bij mijn ouders al het speelgoed tevoorschijn komt waar ik ook mee speelde en dat mijn eigen kinderen er met net zoveel plezier mee spelen. Winschoten is natuurlijk voor mij winkelen - mijn favoriete kledingwinkel, de HEMA, Zeeman en al die andere leuke winkels waar je kleren en speelgoed kunt kopen. In Israel hadden we voor Boaz nog niet echt lange broeken en shirt nodig gehad, maar in NL moesten we echt serieuze laagjes kleding gaan kopen: hempjes, spijker- en corduroybroeken, koltruitjes en natuurlijk een sjaal en muts. Jarden ontdekte meteen de leggings en met een paar leuke jurkjes erop was ze helemaal NL-meisje-van-negen-stijl.
Boaz wilde vooral veel in de sneeuw spelen en liep met rode wangen sneeuw te scheppen en een sneeuwpop te bouwen. Ymke logeerde ook bij opa en oma, zodat ze samen met Boaz kon spelen, want Jarden, Ben en ik gingen een paar dagen naar Amstelveen en omgeving om vrienden en familie daar te zien. Dat is zoals altijd een hele planning: wie willen we zien en wanneer? Er is altijd te weinig tijd en nooit zien we alle mensen die we zouden willen zien. We beginnen bij Wytze: Jardens vriend vanaf de creche. Allebei nu negen en elkaar al anderhalf jaar niet meer gezien: dat is best even wennen. Met een vuilniszak samen van de heuvel glijden breekt het ijs en tegen de tijd dat ze weer wat gewend zijn is helaas het moment gekomen om te vertrekken. Op weg naar Ralf en Marije, Roel en Gijs. De kinderen zijn enorm gegroeid en veranderd maar toch is het net of we elkaar een paar weken geleden nog hebben gezien. Dat is wel absoluut het grootste nadeel van in het buitenland wonen: je mist je vrienden en familie.
Later in de avond vertrekken we naar zus Marleen, Peter en Milo, die een mooie nieuwe keuken hebben en een paar dagen de uitvalsbasis zijn voor ons bezoek aan de randstad. Jarden gaat een paar uur naar haar oude school in Amstelveen en speelt meteen weer met haar vriendinnen alsof ze nooit is weggeweest. Wat opvalt is dat alle koppies hetzelfde zijn gebleven, maar dat iedereen ontzettend is gegroeid. Leuk om allemaal ouders weer te zien en te spreken. Jarden slaapt 's avonds bij Lilly, Ben bij vrienden en ik bij Daan. Lekker weer speklapjes eten en eindelijk weer eens goed bijkletsen. De volgende dag het hele winkelcentrum in Amstelveen doorgelopen en ik vind het geweldig om alle winkels af te struinen, net alsof ik er nog woon. Lekker snert met rookworst en een saucijzenbroodje bij de HEMA en later een stroopwafel. Ik heb hier wel eens een zakje stroopwafels gekocht. Helemaal dolblij en vol verwachting happend in de wafel ontdekte ik dat de smaak niet eens in buurt kwam van de stroopwafel die de man in het kraampje op de markt ter plekke voor mij maakt. De volgende dag was het plan om naar Drenthe te vertekken om met de hele familie van mijn moeder's kant te gaan eten. Hevige sneeuwval en gladheid zorgden ervoor dat we af moesten zeggen, wat nog in een lelijke strijd om annuleringskosten eindigde. De Rheezerbelten in Hardenberg: daar reserveer ik nooit weer! Ons bezoek aan Jim en Marieke valt bijna in het water door dit hele gedoe: nogmaals sorry Jim en Marieke! 's Middags wagen wij toch de tocht terug naar Winschoten, wat best goed verloopt, ook al ligt er een dik pak sneeuw, zelfs op de snelweg. Boaz en Ymke hebben het leuk gehad bij opa en oma en hebben natuurlijk samen pepernoten gebakken en heel veel gespeeld. De Sint brengt kadootjes en Boaz leert al goed hoe hij Sinterklaasliedjes moet zingen. Hij vindt het hele gedoe van kloppen op de deur, kadootjes in je schoen en papernoten gooiende pieten erg interessant. Het is tegelijkertijd ook Chanoeka en de chanoekia, die we op zolder vinden in een van de dozen met onze spullen die we mochten stallen toen we gingen emigreren, wordt uit het stof gehaald en met een paar kaarsjes versierd. Ook weer spannend: dat donker met kaarsjes en liedjes. Kinderen vinden het geweldig!
Dan wordt het tijd voor ons laatste bezoek: zus Evelyn in Frankrijk. Zus wacht al een tijdje op het rondkomen van de koop en verkoop van haar nieuwe en oude huis en veel is ingepakt. Maar toch is het gewoon nog net zo leuk en gezellig als altijd. We gaan naar het paard van Evelyn en Boaz en Jarden mogen ook even rijden. Het is niet te harden, zo koud is het, maar alleen ik lijk dat te voelen. De volgende dag ga ik met Jarden en Boaz naar Disney. Voor Boaz de eerste keer en hij kijkt zijn ogen uit. Weken nadat we weer terug zijn in Israel heeft hij het over het kasteel en de draak, de heks en de poppetjes in Small World. Voor Jar en mij is het bekend terrein, maar het is altijd leuk om naar Disney te gaan, vooral met iemand die er nog niet eerder is geweest. Aan het eind van ons bezoek begint het te sneeuwen. Hard te sneeuwen. Zo hard, dat we op de terugweg over een stuk waar we normaal een half uur doen, ineens 8 uur onderweg zijn. Wat een frustratie. Het maakt niet uit welke sluipweg we proberen te nemen: alles staat vast. Gelukkig bereiken we uiteindelijk Evelyns huis. Het vriest nu ook behoorlijk, we zijn wel met onze neus in de winterboter gevallen. De volgende dag besluiten we vroeg richting NL te rijden, wat een goed besluit is geweest, want al het vrachtverkeer heeft een rijverbod gekregen, de wegen liggen vol met sneeuw en de wegen rond Parijs beginnen snel vol te raken. Dit keer ontsprongen wij gelukkig de dans en we kunnen goed doorrijden als we Parijs voorbij zijn. De andere kant van de weg heeft duidelijk minder geluk: we rijden langs kilometers stilstaande auto's en dubbele rijen gestrande vrachtauto's. Maar het landschap om ons heen is adembenemend: met de opgaande zon en het besneeuwde land is het als een sprookje. Gelukkig konden we er rijdend van genieten.
De laatste dag in NL en dan vertrekken we weer naar het land waar de winter als een herfst in NL is. Zodra we landen is het gewoon warm en alle jassen kunnen in de koffer blijven. Het is altijd weer wennen de eerste week terug, zeker omdat ik ook met mijn nieuwe extra baan naast mijn werk bij de Universiteit begin. We hebben erg genoten in NL en kijken nu al uit naar ons volgende bezoek. Hopelijk hoeven we daar niet nog eens anderhalf jaar voor te wachten...
zaterdag 18 september 2010
Rare dag
Het is weer die rare dag in het jaar, wanneer de wegen worden ingenomen door fietsers, voetgangers en rollerbladers en de auto vakantie heeft. Het eerste jaar dat we hier woonden was het koud en woonden we net in Mevasseret Zion. Ik vond het allemaal maar erg vreemd. Vorig jaar logeerde Jarden bij neef Nathan en mocht Boaz met zijn roze fietsje de straat op, die anders zo uitdrukkelijk als 'mag niet!' gebied door zijn ouders werd bestempeld. Dit jaar zijn Jarden en Boaz allebei thuis. Jarden, bijna 9, heeft met vriendinnen afgesproken om lekker rond te slenteren, kletsen en andere klasgenoten te ontmoeten op straat. We hebben wel heel duidelijk een gebied aangegeven waar ze mag wandelen, want verdwalen lijkt mij geen goed idee.
Jom Kipoer, Grote Verzoeningsdag, begint 's avonds en eindigt de volgende avond. Dit is voor het Jodendom de dag waarop je de laatste kans krijgt om als een zo goed mogelijk mens het jaar af te sluiten. Mensen gaan bijna de hele dag naar de synagoge, vasten en dragen witte kleding en geen leer en sierraden. Alles zo sober mogelijk. Bij ons in huis gaan de dingen gewoon de normale gang: de tv en wasmachine staan aan, al zijn alle Israelische zenders uit de lucht, maar buiten doen we mee met de rest: onze auto blijft staan en we lopen en fietsen op straat. Jarden wilde proberen te vasten voor een paar uur. Vorig jaar heeft ze het vanaf 5 uur 's avonds tot 11 uur de volgende dag volgehouden. Dit jaar liep het ietsje anders, want samen met haar vriendinnetjes zou ze gaan wandelen en picknicken overdag. "O, nou ja, dan niet. Ik was er toch niet echt helemaal mee bezig dit jaar!" Met leuke ideeen kun je een 8-jarige snel omkrijgen!
Boaz was helemaal in zijn nopjes. Hij racede aan een stuk door op zijn 'nieuwe' houten fiets en vergat helemaal dat er ook nog een moeder achter hem aanliep. Een moeder die op een gegeven moment moest rennen, omdat de kruising bij de oprit naar de snelweg, waar Boaz al akelig dicht bij in de buurt kwam, haar toch niet helemaal lekker zat, ook al reden er geen auto's. We zijn helemaal naar Boaz' creche gereden, waar hij erg onder de indruk was dat het hek dicht was en er geen licht brandde. Na 2 uur fietsen was hij doodop...
Jarden vertrok vanochtend, na het maken van huiswerk voor de Nederlandse school, op weg naar haar picknick met een tas met water, een broodje en een zakje met chips voor haar en haar 3 vriendinnen. De eerste keer dat ze helemaal zelfstandig iets buiten doet met haar vriendinnen. Toen ik met Boaz terugkwam van zijn fietstocht die ochtend, zag ik de dames zitten op het gras bij de speeltuin op het picknickkleed, lekker smullend en kletsend. Jammer dat ik geen foto heb kunnen maken, maar ik vond het geweldig om te zien. Ze wordt groot! Daarna kwam natuurlijk het ik-breng-jou-naar-huis-en-dan-jij-mij verhaal. En nu ligt ze heerlijk op de bank een filmpje te kijken en bij te komen van haar avontuur.
Jom Kipoer, Grote Verzoeningsdag, begint 's avonds en eindigt de volgende avond. Dit is voor het Jodendom de dag waarop je de laatste kans krijgt om als een zo goed mogelijk mens het jaar af te sluiten. Mensen gaan bijna de hele dag naar de synagoge, vasten en dragen witte kleding en geen leer en sierraden. Alles zo sober mogelijk. Bij ons in huis gaan de dingen gewoon de normale gang: de tv en wasmachine staan aan, al zijn alle Israelische zenders uit de lucht, maar buiten doen we mee met de rest: onze auto blijft staan en we lopen en fietsen op straat. Jarden wilde proberen te vasten voor een paar uur. Vorig jaar heeft ze het vanaf 5 uur 's avonds tot 11 uur de volgende dag volgehouden. Dit jaar liep het ietsje anders, want samen met haar vriendinnetjes zou ze gaan wandelen en picknicken overdag. "O, nou ja, dan niet. Ik was er toch niet echt helemaal mee bezig dit jaar!" Met leuke ideeen kun je een 8-jarige snel omkrijgen!
Boaz was helemaal in zijn nopjes. Hij racede aan een stuk door op zijn 'nieuwe' houten fiets en vergat helemaal dat er ook nog een moeder achter hem aanliep. Een moeder die op een gegeven moment moest rennen, omdat de kruising bij de oprit naar de snelweg, waar Boaz al akelig dicht bij in de buurt kwam, haar toch niet helemaal lekker zat, ook al reden er geen auto's. We zijn helemaal naar Boaz' creche gereden, waar hij erg onder de indruk was dat het hek dicht was en er geen licht brandde. Na 2 uur fietsen was hij doodop...
Jarden vertrok vanochtend, na het maken van huiswerk voor de Nederlandse school, op weg naar haar picknick met een tas met water, een broodje en een zakje met chips voor haar en haar 3 vriendinnen. De eerste keer dat ze helemaal zelfstandig iets buiten doet met haar vriendinnen. Toen ik met Boaz terugkwam van zijn fietstocht die ochtend, zag ik de dames zitten op het gras bij de speeltuin op het picknickkleed, lekker smullend en kletsend. Jammer dat ik geen foto heb kunnen maken, maar ik vond het geweldig om te zien. Ze wordt groot! Daarna kwam natuurlijk het ik-breng-jou-naar-huis-en-dan-jij-mij verhaal. En nu ligt ze heerlijk op de bank een filmpje te kijken en bij te komen van haar avontuur.
dinsdag 14 september 2010
Speeltuin
Afgelopen weekend logeerde Jarden bij Benjamins neef Nathan. Neef Nathan woont met zijn vrouw en 2 kinderen in Nes Tsiona, vanaf ons huis de berg af en dan naar links, ongeveer... Het lijkt wel of Jarden sinds haar 2 maanden van huis de smaak goed te pakken heeft, want in dezelfde week sliep ze ook al bij een vriendinnetje van de Nederlandse school. Ook nu ik dit berichtje schrijf is ze op stap met een vriendinnetje naar de padvinders.
Toen we Jarden brachten voor haar logeerpartij bij neef Nathan, besloten we naar een speeltuin in de buurt te gaan en spullen voor een picnic mee te nemen. De speeltuin stond boordevol glijbanen en klimtoestellen, maar de absolute favoriet was de kabelbaan, de omega in het Ivriet. Klimmen, springen en naar de andere kant roetsjen, de hele middag lang, dat is wat de kinderen gedaan hebben.
Door de hitte, in Nes Tsiona is het door het hoge vochtigheidsgehalte gevoelsmatig 10 graden warmer dan in Jeruzalem, bewogen wij als volwassenen zo weinig mogelijk en als er geen ontkomen aan was, dan het liefst in de schaduw. Lekker eten en drinken, dat is wat wij vooral deden. En Boaz op de omega helpen. Jarden en haar vriendjes hadden geen hulp nodig en we hadden letterlijk geen kind aan ze.
Benjamin kon de verleiding niet weerstaan en waagde samen met Jarden en Boaz een ritje op de omega, en liet zich door de nauwe buis van een van de tunnelglijbanen glijden - waar Jar en Bo hem verwachtingsvol op stonden te wachten. De foto's laten het resultaat zien...
Toen we Jarden brachten voor haar logeerpartij bij neef Nathan, besloten we naar een speeltuin in de buurt te gaan en spullen voor een picnic mee te nemen. De speeltuin stond boordevol glijbanen en klimtoestellen, maar de absolute favoriet was de kabelbaan, de omega in het Ivriet. Klimmen, springen en naar de andere kant roetsjen, de hele middag lang, dat is wat de kinderen gedaan hebben.
Door de hitte, in Nes Tsiona is het door het hoge vochtigheidsgehalte gevoelsmatig 10 graden warmer dan in Jeruzalem, bewogen wij als volwassenen zo weinig mogelijk en als er geen ontkomen aan was, dan het liefst in de schaduw. Lekker eten en drinken, dat is wat wij vooral deden. En Boaz op de omega helpen. Jarden en haar vriendjes hadden geen hulp nodig en we hadden letterlijk geen kind aan ze.
Benjamin kon de verleiding niet weerstaan en waagde samen met Jarden en Boaz een ritje op de omega, en liet zich door de nauwe buis van een van de tunnelglijbanen glijden - waar Jar en Bo hem verwachtingsvol op stonden te wachten. De foto's laten het resultaat zien...
zondag 22 augustus 2010
Geknipt
Eindelijk, na 2 jaar in Israel, heb ik het aangedurfd hier naar de kapper te gaan. En dat is echt een hele stap, kan ik je vertellen. Ik voelde me na mijn bezoek aan mijn 'nieuwe' kapper een beetje meer inwoner van Israel. Jarenlang liet ik niemand anders aan mijn lokken komen dan Mark, van Housewifes on Fire in Amsterdam. Tijdens de laatste vakantie in NL (vorig jaar in de zomer) heb ik nog speciaal een middagje ingepland om door Mark geknipt te worden.
Ik weet niet hoe het jullie vergaat, maar ik heb vaak bij de kapper gezeten en al in de kapperstoel gedacht: nee, dit is het niet (maar daar dan natuurlijk niks van zeggen). En daarna weken wachten tot mijn haar er weer een beetje leuk uitzag. Vriendin Suzanna raadde mij aan om naar Mark te gaan en sinds die ene knipbeurt - volgens mij alweer 10 jaar geleden - was er voor mij geen andere kapper meer. Nou moet ik wel zeggen dat Mark aan mij niet veel verdiend heeft, want ik kwam ongeveer 1 keer per jaar langs. En ook gekunstelde kapsels was niet aan mij besteed. Gelukkig wist Mark dit en knipte hij altijd een relatief onderhoudsvrij kapsel, maar wel op zo'n manier dat ik helemaal blij was met mijn nieuwe haren. Wel een jaar lang! Het is net zoals ik mijn ramen was: gewoon een jaar lang vies laten worden en na de wasbeurt ben ik wekenlang blij met het resultaat. En daar wil ik Mark niet belachelijk mee maken, want hij knipte mijn haar echt geweldig mooi.
Dus, na vorig jaar tijdens mijn vakantie voor de laatste keer bij Mark te zijn geweest, begon mijn haar ondertussen erg zwaar, lang en modelloos te worden. Het werd tijd voor mijn eigenste kapper in Israel. Dat was wel even moeilijk, want ik zie in Israel niet veel vrouwen waarvan ik denk: 'Wauw, zo zou ik mijn haar ook willen hebben, even vragen wie haar kapper is!' Tot een paar weken geleden. Toen mijn buurmeisje thuiskwam met prachtig geknipte haren. En dat leidde ertoe dat ik donderdag bij Ze'ev binnenstapte.
Nou moet ik nog iets meer uitweiden, want Ze'ev is de kapper van mijn buurvrouw, die erg gebrand is op schoon en netjes. Toen ik bij de kapsalon van Ze'ev naar binnen stapte, waren de eerste woorden die mij te binnen schoten niet 'schoon' en 'netjes'. De buitenkant van de kapsalon zag er al erg niet goed onderhouden uit. Dat is in Israel niet ongewoon, er zijn ontzettend veel winkels en werkplekken die al jaren geleden opgeknapt hadden moeten worden, maar waar je als inwoner van Israel eigenlijk immuun voor wordt en waar je niet meer je beslissing of je er naar binnen of er aan voorbij loopt vanaf laat hangen. Maar omdat het naar de kapper gaan in Israel zo'n belangrijke beslissing voor mij was, zag ik weer met mijn Nederlandse ogen. Ik stapte een kapsalon binnen waar 2 meisjes op de bank onderuitgezakt hingen en een dame die werd geknipt door een man die het best omschreven kan worden als een overjarige rocker. Lang, dun, lang geblondeerd, gekruld haar tot ver op zijn rug en tatoeages op beide armen. Jammer dat jullie mijn buurvrouw niet kennen, want de beschrijving van Ze'ev de kapper staat echt lijnrecht tegenover een beschrijving van haar. Ik besloot maar even naar het toilet te gaan en de deur naar het gangetje dat uitkwam op het buitentoilet - zonder licht! - viel uit zijn voegen. "O ja, de deur is kapot!" lachte Ze'ev mij vriendelijk toe. 'Nu kan ik nog weg' dacht ik toen ik weer ging zitten. 'Is dit wel echt de kapper die mijn buurvrouw bedoelde?' Ja, ze heeft het me haarfijn uitgelegd en de kapsalon bevindt zich precies op de door haar beschreven locatie.
Oke, het voordeel van de twijfel dan maar. "Ah, jij bent de buurvouw van R! Je komt uit Denemarken, toch?" Ik wordt naar de haarwasstoel gebracht en een van de meisjes wast mijn haren, terwijl de andere de haren van de vorige geknipte dame aanveegt en ondertussen gezellig met Ze'ev kletst. Ik begin al wat te ontspannen, want als ik iets geweldig vind, is het wel dat iemand aan mijn haren frunnikt. Daarna wordt ik in de knipstoel neergezet, waar Ze'ev mijn haren bekijkt en zegt dat ik erg lang haar heb en er best wel wat vanaf moet. Weet ik. Graag zelfs. Ik vertel hem dat ik al een jaar niet naar de kapper ben geweest omdat ik, tot ik mijn buurmeisje zag, mijn lokken niet in handen van een willekeurige kapper durfde te leggen. Vanaf dat moment kletsen en lachen Ze'ev en ik aan een stuk door. Al 35 jaar zit hij in het kappersvak en hij vindt het geweldig. Zijn zoon zit in het leger en wil ook graag vandaag nog door hem geknipt worden. "Doen ze dat niet in het leger?" vraag ik. "Denk je dat ik die gekken aan de haren van mijn zoon laat komen?" antwoord Ze'ev. Hij doet me steeds meer aan een oude, jointjes-rokende hippie denken, helemaal wanneer hij vraagt wat mijn sterrenbeeld is.
Wat een opluchting: eindelijk mijn haar weer los kunnen dragen en niet aldoor met een uitgezakte paardenstaart rondlopen! Ze'ev fohnt mijn haar, maar op een normale manier. Niet met allemaal stijfsel die je zo snel mogelijk weer uit je haar wilt wassen. Mijn haar ziet eruit zoals ik het zelf ook in model zou brengen (beetje-wax-en-de-zon-droogt-de-boel-wel-op, maar dan met een beetje extra). Ik ben blij en opgelucht: ik heb mijn nieuwe kapper in Israel gevonden. Hoef ik tenminste niet meer te wachten op een vlucht naar NL voor een kappersbezoek.
Ik weet niet hoe het jullie vergaat, maar ik heb vaak bij de kapper gezeten en al in de kapperstoel gedacht: nee, dit is het niet (maar daar dan natuurlijk niks van zeggen). En daarna weken wachten tot mijn haar er weer een beetje leuk uitzag. Vriendin Suzanna raadde mij aan om naar Mark te gaan en sinds die ene knipbeurt - volgens mij alweer 10 jaar geleden - was er voor mij geen andere kapper meer. Nou moet ik wel zeggen dat Mark aan mij niet veel verdiend heeft, want ik kwam ongeveer 1 keer per jaar langs. En ook gekunstelde kapsels was niet aan mij besteed. Gelukkig wist Mark dit en knipte hij altijd een relatief onderhoudsvrij kapsel, maar wel op zo'n manier dat ik helemaal blij was met mijn nieuwe haren. Wel een jaar lang! Het is net zoals ik mijn ramen was: gewoon een jaar lang vies laten worden en na de wasbeurt ben ik wekenlang blij met het resultaat. En daar wil ik Mark niet belachelijk mee maken, want hij knipte mijn haar echt geweldig mooi.
Dus, na vorig jaar tijdens mijn vakantie voor de laatste keer bij Mark te zijn geweest, begon mijn haar ondertussen erg zwaar, lang en modelloos te worden. Het werd tijd voor mijn eigenste kapper in Israel. Dat was wel even moeilijk, want ik zie in Israel niet veel vrouwen waarvan ik denk: 'Wauw, zo zou ik mijn haar ook willen hebben, even vragen wie haar kapper is!' Tot een paar weken geleden. Toen mijn buurmeisje thuiskwam met prachtig geknipte haren. En dat leidde ertoe dat ik donderdag bij Ze'ev binnenstapte.
Nou moet ik nog iets meer uitweiden, want Ze'ev is de kapper van mijn buurvrouw, die erg gebrand is op schoon en netjes. Toen ik bij de kapsalon van Ze'ev naar binnen stapte, waren de eerste woorden die mij te binnen schoten niet 'schoon' en 'netjes'. De buitenkant van de kapsalon zag er al erg niet goed onderhouden uit. Dat is in Israel niet ongewoon, er zijn ontzettend veel winkels en werkplekken die al jaren geleden opgeknapt hadden moeten worden, maar waar je als inwoner van Israel eigenlijk immuun voor wordt en waar je niet meer je beslissing of je er naar binnen of er aan voorbij loopt vanaf laat hangen. Maar omdat het naar de kapper gaan in Israel zo'n belangrijke beslissing voor mij was, zag ik weer met mijn Nederlandse ogen. Ik stapte een kapsalon binnen waar 2 meisjes op de bank onderuitgezakt hingen en een dame die werd geknipt door een man die het best omschreven kan worden als een overjarige rocker. Lang, dun, lang geblondeerd, gekruld haar tot ver op zijn rug en tatoeages op beide armen. Jammer dat jullie mijn buurvrouw niet kennen, want de beschrijving van Ze'ev de kapper staat echt lijnrecht tegenover een beschrijving van haar. Ik besloot maar even naar het toilet te gaan en de deur naar het gangetje dat uitkwam op het buitentoilet - zonder licht! - viel uit zijn voegen. "O ja, de deur is kapot!" lachte Ze'ev mij vriendelijk toe. 'Nu kan ik nog weg' dacht ik toen ik weer ging zitten. 'Is dit wel echt de kapper die mijn buurvrouw bedoelde?' Ja, ze heeft het me haarfijn uitgelegd en de kapsalon bevindt zich precies op de door haar beschreven locatie.
Oke, het voordeel van de twijfel dan maar. "Ah, jij bent de buurvouw van R! Je komt uit Denemarken, toch?" Ik wordt naar de haarwasstoel gebracht en een van de meisjes wast mijn haren, terwijl de andere de haren van de vorige geknipte dame aanveegt en ondertussen gezellig met Ze'ev kletst. Ik begin al wat te ontspannen, want als ik iets geweldig vind, is het wel dat iemand aan mijn haren frunnikt. Daarna wordt ik in de knipstoel neergezet, waar Ze'ev mijn haren bekijkt en zegt dat ik erg lang haar heb en er best wel wat vanaf moet. Weet ik. Graag zelfs. Ik vertel hem dat ik al een jaar niet naar de kapper ben geweest omdat ik, tot ik mijn buurmeisje zag, mijn lokken niet in handen van een willekeurige kapper durfde te leggen. Vanaf dat moment kletsen en lachen Ze'ev en ik aan een stuk door. Al 35 jaar zit hij in het kappersvak en hij vindt het geweldig. Zijn zoon zit in het leger en wil ook graag vandaag nog door hem geknipt worden. "Doen ze dat niet in het leger?" vraag ik. "Denk je dat ik die gekken aan de haren van mijn zoon laat komen?" antwoord Ze'ev. Hij doet me steeds meer aan een oude, jointjes-rokende hippie denken, helemaal wanneer hij vraagt wat mijn sterrenbeeld is.
Wat een opluchting: eindelijk mijn haar weer los kunnen dragen en niet aldoor met een uitgezakte paardenstaart rondlopen! Ze'ev fohnt mijn haar, maar op een normale manier. Niet met allemaal stijfsel die je zo snel mogelijk weer uit je haar wilt wassen. Mijn haar ziet eruit zoals ik het zelf ook in model zou brengen (beetje-wax-en-de-zon-droogt-de-boel-wel-op, maar dan met een beetje extra). Ik ben blij en opgelucht: ik heb mijn nieuwe kapper in Israel gevonden. Hoef ik tenminste niet meer te wachten op een vlucht naar NL voor een kappersbezoek.
Abonneren op:
Posts (Atom)